donderdag 28 januari 2021

Accenten en vreemde letters #4

In dit vierde en voorlopig laatste artikel over accenten en vreemde tekens zullen we het hebben over het Tsjechisch, het Slowaaks en het Kroatisch.

Tsjechisch

Het Tsjechisch kent heel wat verschillende accentletters en is daardoor wellicht een van de lastigste vreemde talen om te typen. We beginnen met het vertrouwde accent aigu, dat je kunt tegenkomen op alle klinkers (a, e, i, o, u en y). Een ander accent, dat we eerder al tegenkwamen in het Fins, is de corona. In het Fins kwam dat diakritisch teken uitsluitend voor op een a (åÅ); in het Tsjechisch komt het uitsluitend voor op de letter u (ůŮ). Het Tsjechisch is de enige taal waarin de u-corona gebruikt wordt. De hoofdletter u-corona zul je zelden tegenkomen, want de ů komt nooit voor aan het begin van een woord.

Maar het Tsjechisch heeft nog meer accentletters in petto. Een veelvuldig gebruikt accent is de caron, ook haček genoemd. Een haček of caron ziet eruit als een omgekeerde circumflex. In het Tsjechisch wordt dit accent gebruikt op de klinker e (ěĚ) en op de medeklinkers c, d, n, r, s, t en z (čČ, ďĎ, ňŇ, řŘ, šŠ, ťŤ, žŽ).

Met de haček is iets vreemds aan de hand: dit accent kan van vorm veranderen, afhankelijk van de letter waarbij het gebruikt wordt. Op hoofdletters en op de meeste kleine letters behoudt het zijn gewone verschijningsvorm, die van een omgekeerde circumflex. Maar bij de kleine letters d en t krijgt het de vorm van een apostrof of hoog geplaatste komma na de letter. Je zou de neiging kunnen hebben om dit te typen als d + apostrof of t + apostrof, maar dat is fout. Zowel de ď als de ť vormen telkens één teken.

Slowaaks

Ook het Slowaaks maakt gebruik van ons vertrouwde accent aigu, niet enkel op de zes klinkers, maar ook op de medeklinkers l en r (ĺĹ, ŕŔ). Een ander vertrouwd accent, de circumflex, wordt in het Slowaaks enkel gebruikt op de o; het trema enkel op de a.

Net als het Tsjechisch maakt ook het Slowaaks veelvuldig gebruik van de haček, namelijk op de letters c, d, l, n, s, t en z. Je weet al dat de haček er normaal gezien uitziet als een omgekeerde circumflex, behalve bij de kleine letters d en t, waar hij eruit ziet als een apostrof. Ook bij de letter l krijgt de haček de vorm van een apostrof, en dat zowel bij de kleine letter l als de hoofdletter L (ľĽ).

Kroatisch

We sluiten het rijtje Oost-Europese talen en daarmee ook deze reeks artikelen over accenten en vreemde tekens af met het Kroatisch. In het Kroatisch worden heel wat minder accenten gebruikt dan in het Tsjechisch en het Slowaaks. Accenten op klinkers komen in deze taal niet voor. Het Kroatisch gebruikt drie verschillende diakritische tekens: het accent aigu op de letter c, de haček op de letters c, s en z, en het streepje door de letter d. We kwamen eerder al een taal tegen die gebruikmaakte van een dwarsstreepje door een letter, namelijk het Pools met de l kreską (łŁ). Bij de Poolse l kreską wordt het streepje schuin geplaatst (van linksonder naar rechtsboven); bij de Kroatische đ wordt het streepje echter horizontaal geplaatst (đĐ).

We hebben in deze reeks artikelen alle talen overlopen die beschikbaar zijn bij de Intersteno-internetwedstrijd en die gebruikmaken van het Latijns alfabet, vijftien in totaal. In een volgend artikel zullen we bespreken hoe je te werk kunt gaan om al die talen te typen met een Belgisch of Nederlands toetsenbord. Wil je meedoen met de meertalenwedstrijd van Intersteno, dan zul je er immers voor moeten zorgen dat je alle hierboven besproken accentletters en andere speciale tekens kunt typen. Heel wat van die tekens staan niet op je toetsenbord.

vrijdag 15 januari 2021

Accenten en vreemde letters #3

Deze keer bespreken we de accenten en andere speciale tekens die je kunt tegenkomen bij het overtypen van teksten in het Fins, het Pools, het Hongaars en het Turks.

Fins

In het Fins kom je heel veel trema’s tegen, altijd op een a of een o. De ä en de ö worden in het Fins beschouwd als twee aparte letters, die achteraan in het alfabet komen.

Verder kun je heel af en toe de å tegenkomen op eigennamen die uit het Zweeds komen (maar niet op andere Finse woorden). Het kleine rondje (eigenlijk een kleine letter o) bovenop de a wordt corona (kroon) of ring genoemd. Ook de å is een aparte letter in het Finse alfabet (na de z en voor de ä).

Ten slotte kun je in Finse woorden in theorie ook nog een caron tegenkomen op de letters s en z, in bepaalde leenwoorden. Maar aangezien de s- en z-caron (šŠ, žŽ) niet voorkomen op een Fins toetsenbord, is de kans bijzonder klein. We zullen de caron, die eruitziet als een omgekeerde circumflex, bespreken wanneer we het hebben over de Oost-Europese talen, waar dat accent veelvuldig gebruikt wordt. In het Fins is er een alternatieve schrijfwijze voor š en ž, namelijk sh en zh.

De situatie met de Finse š en ž is dus een beetje dezelfde als met de œ in het Frans: omdat deze tekens niet op het toetsenbord staan, worden ze vaak vervangen door een alternatief. Maar in theorie kunnen ze wel voorkomen in een tekst, dus wees erop voorbereid!

Een weetje: het Fins is niet verwant met de andere Scandinavische talen (Deens, Noors en Zweeds). Het Fins vormt samen met het Hongaars een aparte taalgroep. Beide talen zijn met elkaar verwant, maar verschillen zo veel van elkaar dat er van onderlinge verstaanbaarheid geen sprake is.

Pools

Het enige vertrouwde accent in het Pools is het accent aigu. Dat accent kan voorkomen op de letter o, maar op geen enkele andere klinker. Verder kan het accent aigu wel voorkomen op een aantal medeklinkers, namelijk c, n, s en z.

Bij de letter z moet je goed uitkijken, want behalve een aigu kan er ook nog een punt op de letter geplaatst worden (żŻ).

Bij de a en de e kan een ogonek (Pools voor staartje) voorkomen onder de letter. Verwar de ogonek niet met de komma of de cedille; de ogonek wijst de andere kant op (bv. ąĄ, ęĘ).

Ten slotte maken we in het Pools voor het eerst kennis met een diakritisch teken dat niet boven of onder, maar door de letter geplaatst wordt: het (schuine) streepje door de letter l (bv. łŁ). In het Engels spreekt men van een l-stroke, maar de Polen noemen dit een l kreską. Je hebt wellicht de neiging om deze letter uit te spreken als een l, maar de correcte uitspraak is zoals onze letter w. In het Pools wordt de w dan weer uitgesproken als een v.

In handgeschreven tekst wordt het schuine streepje door de l kreską vervangen door een platte streep boven de letter.

Hongaars

In het Hongaars kunnen we het accent aigu tegenkomen op alle klinkers, en het trema op de o en de u. Daarnaast kent het Hongaars nog een speciaal accent: het dubbel accent aigu. Zo’n dubbel accent aigu is één accent dat, zoals je wellicht al kunt raden, eruitziet als twee accent aigu’s naast elkaar. Dit dubbel accent aigu wordt ook wel Hongaarse umlaut genoemd, omdat het natuurlijk ook wat op een umlaut (trema) lijkt. Het dubbel accent aigu kan voorkomen op de letters o en u.

Let dus heel goed op bij het overtypen van een Hongaarse tekst, want zowel het trema als het dubbel accent aigu worden op dezelfde letters gebruikt (o en u), en het verschil is niet altijd goed te zien wanneer de tekst in een kleiner lettertype staat.

Turks

Ook het Turks gebruikt de c-cedille, maar de cedille kan ook onder een s geplaatst worden. Daarmee wordt in het Turks een sj-klank aangegeven (zoals de ‘ch’ van ‘champagne’). Een ander vertrouwd accent is het trema, dat je kunt tegenkomen op een o of een u. Ten slotte komen we in het Turks ook de breve tegen (die we al kennen uit het Roemeens). In het Turks komt de breve uitsluitend voor op een letter g.

Naast deze accenten kent het Turks nog een speciale letter: de puntloze i (ı), die uitgesproken wordt zoals de doffe e in het Nederlands. Omdat het Turks zowel een i met punt als een i zonder punt gebruikt, zijn er ook twee vormen voor de overeenkomstige hoofdletters. Een gewone i (met punt) krijgt in het Turks ook een punt op de hoofdletter (İ). De puntloze hoofdletter I (zoals wij die gebruiken) wordt in het Turks gebruikt wanneer de doffe, puntloze ı naar een hoofdletter wordt omgezet.

Volgende keer sluiten we ons overzicht van accenten en andere speciale tekens af met drie Oost-Europese talen: het Tsjechisch, het Slowaaks en het Kroatisch.

donderdag 14 januari 2021

Accenten en vreemde letters #2

In een eerder artikel gaf ik een overzicht van de accentletters en andere vreemde tekens die je kunt tegenkomen in het Nederlands, het Engels, het Frans en het Duits. In het tweede artikel van deze reeks behandelen we het Spaans, het Italiaans, het Portugees en het Roemeens, vier talen die net als het Frans tot de Romaanse talen behoren.

Spaans

In het Spaans worden drie accenten gebruikt: het accent aigu op de klinkers (a, e, i, o, u en y), het trema op de letter u en de tilde op de letter n. In Spaanse teksten zul je dus geen accent grave of circumflex tegenkomen.

Daarnaast heeft het Spaans twee extra tekens, die je niet tegenkomt in andere talen: het omgekeerde vraagteken (¿) en het omgekeerde uitroepteken (¡). In andere talen plaats je een vraagteken of een uitroepteken aan het einde van een vraag of een uitroep. Ook in het Spaans is dat zo, maar in het Spaans zet men dan ook nog eens een omgekeerd vraagteken of een omgekeerd uitroepteken aan het begin van de zin.

In tegenstelling tot het Nederlands en heel wat andere talen kent het Spaans geen inversie bij een vraag. Omdat je anders pas aan het einde van een (lange) zin zou merken dat het om een vraag gaat, heeft men dat opgelost door al een (omgekeerd) vraagteken aan het begin van de zin te plaatsen. Je kunt deze praktijk een beetje vergelijken met een aanhaling. Zowel aan het begin als aan het einde van een aanhaling gebruiken we aanhalingstekens. Over aanhalingstekens zullen we het in een later artikel hebben, want ze verschillen per taal en ze komen in vele vormen. Vaak is het aanhalingsteken dat je aan het begin gebruikt, een omgedraaide of gespiegelde versie van het teken dat je aan het einde gebruikt. Ook bij de Spaanse vraag- en uitroeptekens is dat dus zo.

Wees hierop voorbereid, want in een Spaanse wedstrijdtekst kun je die tekens in theorie dus tegenkomen. In een later artikel zullen we het hebben over hoe je deze en andere speciale tekens kunt typen.

Italiaans

In het Italiaans kom je normaal gezien enkel het accent aigu en het accent grave tegen op de klinkers. Zeer uitzonderlijk kun je ook wel eens een circumflex tegenkomen.

Portugees

In het Portugees kun je vijf verschillende accenten tegenkomen: het accent aigu (op a, e, i, o en u), het accent grave (idem), de circumflex (op a, e en o), de cedille (onder de c) en de tilde (op a en o). Net als in het Frans geeft de cedille aan dat de c als s in plaats van als k uitgesproken moet worden (vóór a, o en u).

Het accent grave wordt voornamelijk gebruikt bij de letter a en slechts zeer zelden bij de andere klinkers. In tegenstelling tot het Spaans gebruikt het Portugees geen n-tilde; de tilde komt uitsluitend voor op de klinkers a en o.

Roemeens

In het Roemeens worden we voor het eerst geconfronteerd met accenten die we niet gewoon zijn: behalve de vertrouwde circumflex (op de a en de i) gebruikt het Roemeens namelijk ook nog de breve (op de letter a) en de komma (onder de letters s en t).

De breve (van het Latijn: brevis, kort) is een klein boogje met de bolle kant naar beneden (bv. ăĂ).

Het komma-accent ziet eruit als een gewone komma, maar het wordt onder de letter geplaatst (bv. șȘ, țȚ).

Let op: die komma onder de letters s en t lijkt wat op een cedille, maar dat is niet hetzelfde. De komma plakt niet aan de onderkant van de letter, maar staat op een kleine afstand eronder. Een cedille daarentegen maakt wél contact met de letter en lijkt eigenlijk op een cijfer 5 dat ontdaan is van zijn platte streepje.

Oorspronkelijk (vóór 1999) maakten de s-komma en de t-komma merkwaardig genoeg geen deel uit van de Unicode-standaard, hoewel deze letters al sinds 1825 deel uitmaken van het Roemeens alfabet. Op oudere computersystemen zijn deze tekens niet beschikbaar. Dan werden ze gemakshalve maar vervangen door iets wat erop lijkt: de s-cedille en de t-cedille. Die tekens waren wél in de Unicode-standaard opgenomen. De s-cedille kun je ook in andere talen tegenkomen (bijvoorbeeld in het Turks), maar de t-cedille wordt officieel in geen enkele taal gebruikt!

Daardoor kan het gebeuren dat je in Roemeense teksten toch vaak de s-cedille en de t-cedille tegenkomt in plaats van de s-komma en de t-komma. In principe is dat verkeerd, maar het komt wel vaak voor, zeker in getypte teksten en ook bij de wedstrijdteksten van de Intersteno-internetwedstrijd! We kunnen alleen maar hopen dat in de opgaventeksten voor online typewedstrijden altijd dezelfde tekens gebruikt worden, want stel dat in de opgave een t-cedille staat en je typt een t-komma – het verschil is erg moeilijk te zien –, dan is de kans erg reëel dat de software dat als een typefout zal bestempelen. Ik meen me zelfs te herinneren dat dat in een bepaald jaar inderdaad voor problemen heeft gezorgd bij de Intersteno-internetwedstrijd.

Wanneer je in Windows 10 de Roemeense toetsenbordindeling gebruikt, dan krijg je gelukkig wél de correcte tekens, dus de s en t met een komma-accent, niet met een cedille. Maar het blijft natuurlijk opletten bij de wedstrijd: kijk goed welke tekens er in de opgave staan en zorg dat je dezelfde tekens gebruikt!

Volgende keer bespreken we het Fins, het Pools, het Hongaars en het Turks.

maandag 11 januari 2021

Accenten en vreemde letters #1

Als je een tekst in een vreemde taal typt, kun je geconfronteerd worden met allerlei vreemde tekens die je niet gewoon bent en die niet op je toetsenbord staan. In een later artikel zullen we het hebben over hoe je al die vreemde tekens op een efficiënte manier kunt typen, maar eerst zullen we eens kijken om welke tekens het precies gaat. We zullen ze taal per taal overlopen voor alle West-Europese talen.

In het eerste artikel van deze reeks behandelen we de vier talen waar we het meest vertrouwd mee zijn: Nederlands, Engels, Frans en Duits. De overige talen bewaren we voor een volgend artikel.

Nederlands

Bij Nederlandse woorden die in de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal staan (het ‘Groene Boekje’), kunnen zes verschillende accenten voorkomen, ook wel ‘diakritische tekens’ genoemd: het accent aigu (bv. café), het accent grave (bv. carrière), het trema (bv. België), de circumflex (bv. enquête), de cedille (bv. façade) de tilde (bv. piñata).

Het trema wordt ook wel deelteken genoemd; de circumflex wordt ook wel accent circonflexe of kortweg circonflexe genoemd, of ook nog: dakje.

Het accent aigu, het accent grave, de circumflex, de cedille en de tilde komen voornamelijk voor bij woorden van vreemde herkomst, zogenaamde leenwoorden. Het accent aigu wordt daarnaast ook gebruikt om woorden of lettergrepen te beklemtonen (bv. één, vóór, ná). Het trema wordt vaak gebruikt bij klinkerbotsingen (bv. beïnvloeden, tweeënveertig, coördineren, ruïne, vacuüm) en is onmisbaar voor de uitspraak.

Ook woorden die uit het Duits afkomstig zijn, bevatten vaak een trema, maar in dat geval spreken we beter van een umlaut, zoals in het Duits (bv. föhn, glühwein – in het Nederlands schrijven we die woorden overigens zonder hoofdletter).

In Nederlandse woorden kun je het accent aigu, het accent grave, het trema en de circumflex tegenkomen op de klinkers a, e, i, o en u; de cedille enkel onder de letter c, bij leenwoorden uit het Frans of Portugees; de tilde enkel op de letter n, bij leenwoorden uit het Spaans. Bij een accent op de letter i valt het puntje boven de i weg; het accent komt in de plaats. Het puntje zelf is geen accent, maar maakt een integraal deel uit van een (accentloze) i.

Ook de cedille, die je enkel onder een letter c vindt in een aantal leenwoorden die uit het Frans of Portugees afkomstig zijn (bv. façade, reçu, Curaçao), is eigenlijk een accent. We zijn het meest vertrouwd met accenten die bovenop een letter geplaatst worden, maar dat is (vooral in andere talen dan het Nederlands) lang niet altijd het geval. Ook de cedille is strikt genomen een accent, en het wordt niet boven, maar onder de letter geplaatst.

Wanneer je een woord of lettergreep benadrukt, gebruik je altijd een accent aigu, nooit een accent grave. Soms zie je dat ten onrechte een accent grave gebruikt wordt, zo lees je wel eens ‘nà’ i.p.v. ‘ná’. Dat is een onfortuinlijk overblijfsel uit het schrijfmachinetijdperk. Op een azertyklavier heeft de à immers een aparte toets (omdat de a-grave vaak voorkomt in het Frans), de á niet. Daarom gebruikten typisten gemakshalve maar de a-grave. Een andere mogelijkheid was er niet, want een accent aigu kon je met een Belgische schrijfmachine op geen enkele andere letter typen dan op een e.

Een ander fenomeen is dat, eveneens ten onrechte, woorden als ‘de’ en ‘het’ soms benadrukt worden als ‘dè’ of ‘hèt’ i.p.v. ‘dé’ en ‘hét’. Dat heeft dan weer een andere reden. In het Frans wordt de e-aigu immers altijd uitgesproken als een lange ee. Daarom denken veel mensen dat je een woord als ‘dé’ zou moeten uitspreken als ‘dee’. Dat klopt natuurlijk niet. Ook wanneer je het lidwoord ‘de’ beklemtoont door er een accent aigu op te plaatsen, blijf je een doffe e horen, maar dan benadrukt. Bijvoorbeeld: Top-Typers is niet zomaar een blog voor wedstrijdtypisten, het is dé blog voor wedstrijdtypisten!

Belangrijk: in tegenstelling met wat sommigen denken, mag je accenten niet zomaar weglaten op hoofdletters.

Engels

Het Engels is ongetwijfeld de gemakkelijkste vreemde taal om te typen. Het Engels is namelijk de enige West-Europese taal die geen accenten (meer) gebruikt, op een bijzonder klein aantal uitzonderingen na. Die uitzonderingen zijn allemaal leenwoorden die uit andere talen afkomstig zijn (bv. piñata).

Vroeger werd in het Engels gebruikgemaakt van het trema bij klinkerbotsingen (bv. coöperation), maar die schrijfwijze is in onbruik geraakt. Tegenwoordig gebruikt men een koppelteken (co-operation) of laat men het trema gewoon weg (cooperation).

Frans

Het azertyklavier is ontworpen voor de Franse taal, dus Belgische typisten zullen hier geen moeilijkheden ondervinden. In het Frans worden dezelfde accenten gebruikt als in het Nederlands: het accent aigu, het accent grave, het accent circonflexe, het trema, de tilde en de cedille. Het trema komt maar heel zelden voor, en de tilde, net als in het Nederlands en Engels, enkel in Spaanse leenwoorden (bv. piñata).

In het Nederlands schrijven we ‘trema’ en ‘cedille’ (zonder accent aigu); in het Frans schrijven we ‘tréma’ en ‘cédille’ (met accent aigu).

De cedille komt enkel voor onder de letter c, en dient om de uitspraak van de c te veranderen van k naar s. In het Frans is er namelijk een uitspraakregel die zegt dat de c als een s uitgesproken wordt vóór een e of een i, en als een k vóór een a, een o of een u. Met een cedille wordt aangegeven dat de ç vóór een a, een o of een u niet als een k, maar als een s uitgesproken wordt.

Wat het Frans onderscheidt van de meeste andere talen die accentletters gebruiken, is dit: in het Frans mogen (niet moeten!) accenten weggelaten worden bij hoofdletters. Dat is een bijzonder vreemde regel, aangezien het accent in de meeste gevallen onmisbaar is voor de correcte uitspraak van een woord. In getypte teksten (en dus ook in opgaventeksten voor typewedstrijden) worden doorgaans geen accenten op de hoofdletters gezet, omdat een Frans azertyklavier enkel voor de kleine letters aparte accentlettertoetsen heeft. In gedrukte teksten worden meestal wél hoofdletters met accenten gebruikt.

Door deze Franse regel denken veel mensen dat je ook in het Nederlands accenten mag weglaten op hoofdletters, en dat je dus bv. ‘BELGIE’ mag schrijven. Dat is echter niet zo. In het Nederlands, zoals in de meeste andere talen, mag je accenten niet zomaar weglaten, ook niet op hoofdletters! Schrijf dus steeds: ‘BELGIË’.

Behalve accenten heeft het Frans heeft ook nog een extra letter: de œ, een ligatuur samengesteld uit de letters o + e. Je bent die letter vast al tegengekomen in woorden als sœur of œuf. Er is ook een hoofdlettervariant: Œ. Op een schrijfmachineklavier komt deze letter niet voor, en daarom zul je hem ook niet tegenkomen in opgaventeksten voor typewedstrijden. Daar wordt hij vervangen door o + e (of O + E).

Duits

Het Duits kent eigenlijk maar één accent: de umlaut. In het Nederlands schrijven we ‘umlaut’ met een kleine letter, maar in het Duits schrijven we ‘Umlaut’ natuurlijk met een hoofdletter, zoals alle zelfstandige naamwoorden. Je kunt een umlaut tegenkomen op de klinkers a, o en u.

Andere accentletters komen in het Duits niet voor, behalve zeer uitzonderlijk op een beperkt aantal leenwoorden (bv. Café, Piñata).

Soms worden de umlauten weggelaten en vervangen door een e achter de klinker die normaal gezien een umlaut zou krijgen, bv. ÖSTERREICH wordt OESTERREICH, Händel wordt Haendel, Münster wordt Muenster. Dat gaat terug op de oorspronkelijke schrijfwijze van die woorden, vóórdat men de umlaut is gaan gebruiken. In de middeleeuwen werd de umlaut nog niet gebruikt, en toen had men bij dubbele klinkers de gewoonte om de tweede klinker niet naast, maar boven de eerste te schrijven. Men schreef dus bijvoorbeeld niet Muenster, maar Munster met een kleinere letter e boven de u. Uiteindelijk is die kleine e geëvolueerd naar twee puntjes en is op die manier de umlaut ontstaan.

Let op: in eigennamen mag je niet zomaar ae vervangen door ä, oe door ö of ue door ü. Net zoals er in het Nederlands (vooral in Vlaanderen) verschillende schrijfwijzen bestaan voor eigennamen die hetzelfde klinken, is dat ook zo in het Duits. Iemand kan dus bv. Müller heten (met umlaut), terwijl iemand anders Mueller heet (zonder umlaut, maar met ue). De naam van de eerste persoon (Müller) mag je schrijven als Mueller, wanneer je ook alle andere umlauten in de tekst vervangt door een e na de klinker, maar de naam van de tweede persoon (Mueller) mag je nooit schrijven als Müller! Zo wordt de naam van de grote dichter Goethe ook altijd zonder umlaut geschreven.

Maar het Duits heeft ook nog een extra letter: de ß (Eszett of ‘sharfes s’). In het Nederlands spreekt men ook wel van ‘Ringel-s’, maar die term hebben de meeste Duitsers nog nooit gehoord. De ß komt in geen enkele andere taal voor en is eigen aan het Duits. De letter is als ligatuur ontstaan uit de lettercombinatie s + z (Es + Zett), waarbij een archaïsche variant van de letter s werd gebruikt, de zogenaamde ‘lange s’, die eruitziet als een letter f zonder dwarsstreepje. Zo’n lange s (ſ) gevolgd door een z ziet er zo uit: ſz, wat na verloop van tijd geëvolueerd is tot ß.

Vroeger kwam de ß tamelijk vaak voor in het Duits, maar tegenwoordig is dat al heel wat minder. Sinds de Duitse spellinghervorming van 1996 werd de ß immers vervangen door ss wanneer de ß voorafgegaan wordt door een korte klinker. Vroeger schreef men daß en muß; tegenwoordig schrijft men dass en muss.

De ß wordt overigens enkel nog gebruikt in Duitsland en Oostenrijk. In het Duitstalige deel van Zwitserland schrijft men altijd een dubbele s (ss) in plaats van een Eszett (ß). Op straatnaambordjes in Duitsland vind je dus ‘Straße’, op Zwitserse straatnaambordjes lees je ‘Strasse’.

Oorspronkelijk bestond er geen hoofdlettervariant voor de Eszett. Dat komt doordat deze letter nooit aan het begin van een woord kan voorkomen. Dan heb je in principe geen hoofdletter nodig, maar dan heb je natuurlijk wel een probleem wanneer je bijvoorbeeld een titel volledig in hoofdletters wilt plaatsen. Wat doe je dan met de Eszett? Welnu, vroeger werd de Eszett in hoofdlettertekst veelal vervangen door SS, in andere gevallen (meer bepaald in eigennamen) werd gewoon de (kleine letter) Eszett behouden (bv. STRAUß).

Sinds 2017 bestaat er echter een officiële hoofdlettervariant van de Eszett: ẞ. Die letter ziet er bijna hetzelfde uit als een kleine Eszett, maar is wat breder zodat hij beter bij de andere hoofdletters past (bv. STRAUẞ). Let op: verwar de Duitse Eszett niet met de Griekse letter bèta (β)! Om het verschil duidelijk te laten zien, zet ik ze hieronder nog eens alle drie op een rij: links de gewone Eszett, in het midden de hoofdletter Eszett en rechts de Griekse bèta:

ß ẞ β

Bij wijze van experiment kun je eens de regel hierboven kopiëren en plakken in een tekstdocument. Pas vervolgens verschillende lettertypen toe. Je zult merken dat de verschillen in het ene lettertype al wat groter of kleiner zijn dan in het andere.

dinsdag 22 december 2020

Nationale internetwedstrijden

Ieder jaar organiseert Intersteno in het voorjaar een internationale, meertalige online typewedstrijd. Over enkele maanden is het weer zover. Meer info over deze wedstrijd vind je op de website van Intersteno.

Dezelfde software wordt ook gebruikt voor het organiseren van nationale wedstrijden en examens. Zo organiseerde de Academie voor Bureauwetenschappen van 2005 tot en met 2016 een online klaviervaardigheidstest. Een echte ‘wedstrijd’ wilde de ABW het niet noemen. Het doelpubliek was vooral de middelbare scholen, die hun leerlingen langs die weg een typediploma konden bezorgen.

Slechts een handjevol landen maken van deze mogelijkheid gebruik: tot nu toe naast België enkel Kroatië, Italië, Luxemburg, Turkije en Zwitserland. Nederland heeft hier dus nog nooit gebruik van gemaakt. Zo’n online typewedstrijd had nochtans een interessant alternatief kunnen zijn voor het NK Typen, dat in 2020 afgelast werd wegens de coronacrisis. Of het NK in 2021 zal kunnen plaatsvinden is nog erg onzeker. Misschien moet Interinfo Nederland toch maar eens een online wedstrijd overwegen...

Nationale wedstrijden

België is de grootste ‘klant’ van de online wedstrijdsoftware van Intersteno. Tot op heden hebben Belgische organisaties (ABW en APSB) er maar liefst 43 keer gebruik van gemaakt, Turkije 19 keer, Italië 18 keer, Zwitserland 15 keer, Luxemburg 7 keer en Kroatië 4 keer. Deze zes landen zijn samen goed voor 106 wedstrijden, testen en examens. België organiseerde op die manier niet enkel de jaarlijkse ABW-klaviervaardigheidstest, maar ook de jaarlijkse APSB-wedstrijd, de tweejaarlijkse oefenwedstrijd PRO_Belgium (als voorbereiding op het WK), en enkele type-examens voor onderwijsinstellingen zoals Odisee Brussel en KH Leuven. Ook de andere landen gebruiken de TAKI-software zowel voor (oefen)wedstrijden als voor examens.

De resultaten van die nationale internetwedstrijden kun je raadplegen via deze link. Maar let op: de keuzelijst op die pagina is een beetje een rommeltje. De wedstrijden van alle deelnemende landen staan kriskras door elkaar, er staan ‘wedstrijden’ in de lijst die nooit hebben plaatsgevonden, andere wedstrijden ontbreken in de lijst. Om alle resultatenlijsten op een comfortabele en overzichtelijke manier te kunnen raadplegen, raad ik jullie daarom ten sterkste aan gebruik te maken van mijn userscript, dat er (onder andere) voor zorgt dat alle wedstrijden netjes in een keurige lijst verschijnen. Omdat het een nogal lange lijst is, heb ik ervoor gezorgd dat je kunt filteren op land. Je bent wellicht immers vooral geïnteresseerd in de Belgische wedstrijden, en niet zozeer in die van bijvoorbeeld Kroatië. Alle info over dat userscript (wat het is en hoe je het installeert en gebruikt) vind je op de pagina Een userscript voor de resultatenlijsten.

abw.be/klavier.php
openuserjs.org/scripts/gebo007/Intersteno_Internet_Results
www.intersteno.it/id_primario-47/id_secondario-211?noframe=true
www.intersteno.org/intersteno-internet-contests

maandag 7 december 2020

De Intersteno-resultatenlijsten: tips and tricks #2

Zoals beloofd in het eerste artikel met tips en trucs in verband met de resultatenlijsten, volgt hier een tweede reeks met weetjes die wel eens van pas zouden kunnen komen.

Vorige keer zagen we hoe je op de klassieke manier naar de resultatenlijsten kunt surfen, namelijk via het menu op de Intersteno-website (www.intersteno.org). We zagen ook hoe je kunt ontsnappen uit de beperkende lay-out van de Intersteno-website, zodat je de resultatenlijsten in een apart browservenster of in een aparte browsertab kunt bekijken. Daardoor kun je de volledige breedte van je computerscherm benutten, wat natuurlijk veel handiger is bij het bekijken van grote (brede) tabellen. Als cadeau kreeg je helemaal aan het einde van het artikel nog een rechtstreekse link naar de startpagina waarop je kunt selecteren van welke wedstrijd je de resultatenlijsten wilt bekijken. Als je die laatste link opslaat bij de bladwijzers van je browser, beschik je over een bijzonder snelle en handige manier om de resultatenlijsten te raadplegen.

Maar laten we die link eventjes beter bestuderen:

org.intersteno.it/page.php?⁠id_primario=47&id_secondario=211

Deze URL is geen pagina op het domein www.intersteno.org, maar op het domein org.intersteno.it, van de Italiaanse afdeling van Intersteno. Dat mag ons niet verwonderen, want de TAKI-software die gebruikt wordt voor de internetwedstrijden werd in Italië ontwikkeld door Marco Olivo in nauwe samenwerking met wijlen Gian Paolo Trivulzio. Deze Italiaanse software wordt overigens niet alleen gebruikt voor de jaarlijkse Intersteno-internetwedstrijd, maar kan op aanvraag ook door nationale afdelingen gebruikt worden om een landelijke wedstrijd te houden. Zo maakte bijvoorbeeld de ABW van 2005 tot 2016 gebruik van deze software voor de ABW-klaviervaardigheidstest. De Waalse zusterorganisatie APSB maakt er nog steeds gebruik van voor haar jaarlijkse interscolaire wedstrijd, en ook bij de tweejaarlijkse Pro_Belgium-wedstrijd ter voorbereiding op het WK wordt de TAKI-software gebruikt. Ook in andere landen wordt de Italiaanse software gebruikt voor het organiseren van online typewedstrijden. De organisatoren kunnen daarbij telkens zelf kiezen in welke leeftijdscategorieën de deelnemers ingedeeld worden en welke talen er aangeboden worden.

Wanneer je een wedstrijd, leeftijdscategorie en classificatietype kiest, verschijnt de overeenkomstige resultatenlijst op je scherm. In de adresbalk van je webbrowser kun je nu de volledige URL van de betreffende webpagina zien. Kiezen we bijvoorbeeld de moedertaallijst voor de senioren van de Intersteno-internetwedstrijd 2020, dan krijgen we volgende lange URL:

https://org.intersteno.it/page.php?⁠id_primario=47&id_secondario=211&language=inglese&contest_id=215&teacher_id=&filter_nation=&age=90&classification_type=mother_tongue

Merk op dat het begin van deze URL identiek is aan de eerste URL hierboven (die van de pagina waar je de wedstrijd selecteert). Wat volgt, zijn een aantal parameters die telkens door een ampersand (&) van elkaar gescheiden worden. Ik zet deze parameters hierna voor de duidelijkheid even onder elkaar in plaats van achter elkaar. Elke parameter komt overeen met een bepaalde optie, die we hierna zullen bespreken. De onderlinge volgorde van de parameters binnen de URL is overigens van geen belang.

language=inglese
contest_id=215
teacher_id=
filter_nation=
age=90
classification_type=mother_tongue

Elk van deze parameters bestaat uit een trefwoord gevolgd door een gelijkheidsteken en een waarde. Wanneer een waarde na het gelijkheidsteken ontbreekt, wordt uitgegaan van een standaardwaarde (een default value).

Zo’n lijst van parameters in een URL noemen we een querystring. De querystring begint met het vraagteken.

De eerste paramater, language, bepaalt in welke taal we de resultatenlijst te zien zullen krijgen. In bovenstaand voorbeeld staat de waarde inglese, het Italiaanse woord voor ‘Engels’. De resultatenlijsten kunnen in principe ook weergegeven worden in gelijk welke andere taal die bij de Intersteno-internetwedstrijd beschikbaar is, maar niet alle vertalingen zijn compleet. Als waarde moet je daarvoor de gewenste taal opgeven in het Italiaans. Wil je de resultatenlijst in het Nederlands, dan gebruik je language=olandese. (Maar, zoals vermeld in het vorige artikel, houd er rekening mee dat niet alle teksten in het Nederlands vertaald zijn; sommige teksten zul je nog steeds in het Engels blijven zien.)

De volgende parameter, contest_id, bepaalt van welke wedstrijd je de resultatenlijst zult zien. Telkens wanneer er een wedstrijd georganiseerd wordt, wordt een nieuw identificatienummer (ID) aan de wedstrijd toegekend. De allereerste wedstrijd die met het systeem gehouden werd, is de Intersteno-internetwedstrijd van 2003. Die wedstrijd heeft dan ook het nummer 1 als ID. In het voorbeeeld hierboven gaat het om de wedstrijd met 215 als ID, en dat is de Intersteno-internetwedstrijd van 2020. Niet enkel de Intersteno-internetwedstrijden, maar ook alle nationaal georganiseerde wedstrijden hebben hun eigen identificatienummer. Hieronder vind je een tabel met de ID’s van alle Intersteno-internetwedstrijden tot nu toe:

1 Intersteno 200364 Intersteno 2009152Intersteno 2015
2 Intersteno 200472 Intersteno 2010168Intersteno 2016
10Intersteno 200582 Intersteno 2011188Intersteno 2017
14Intersteno 200696 Intersteno 2012198Intersteno 2018
41Intersteno 2007111Intersteno 2013204Intersteno 2019
54Intersteno 2008130Intersteno 2014215Intersteno 2020

De parameters teacher_id en filter_nation slaan we voorlopig even over. We behandelen ze in een later artikel.

De laatste twee parameters, age en classification_type, bepalen welke deellijst je te zien krijgt.

Zoals je wellicht al kunt vermoeden, wordt age gebruikt om de gewenste leeftijdscategorie te selecteren. De waarde die je hier opgeeft, is de bovengrens van de gewenste leeftijdscategorie. Heeft een wedstrijd bijvoorbeeld een leeftijdscategorie ‘17-20 jaar’, dan selecteer je deze categorie met age=20 om de resultaten van deze categorie weer te geven. In plaats van een getal kun je hier ook ‘all’ opgeven (age=all). In dat geval wordt een lijst getoond met alle deelnemers, ongeacht hun leeftijd.

Met classification_type geef je aan welk klassement je wilt zien: de moedertaallijst, de meertalenlijst of de algemene lijst (bv. classification_type=multilingual):

mother_tonguemoedertaallijst
multilingual meertalenlijst
normal algemene lijst

Ziezo. Experimenteer gerust even met de verschillende parameters. Veel plezier!

zaterdag 5 december 2020

ZAV-100 (editie 2020)

Net als vorig jaar organiseerde ook de ZAV-school, in samenwerking met Interinfo Tsjechië en Intersteno, onlangs weer een internetwedstrijd. De wedstrijddata werden maar heel kort van tevoren aangekondigd, maar dit jaar kon je kiezen uit twee data: zaterdag 21 en dinsdag 24 november. Daarmee komt de organisatie tegemoet aan het enige puntje van kritiek dat vorig jaar rees. Toen vond de wedstrijd plaats op een weekdag, waardoor heel wat aspirant-deelnemers zich niet konden vrijmaken. Het zal natuurlijk nooit voor iederéén goed zijn, maar door twee data aan te bieden is de kans aanzienlijk groter dat al wie belangstelling heeft, ook effectief in de gelegenheid is om deel te nemen.

De organisatoren hadden beslist om de naam van de wedstrijd te behouden: ZAV-100. Deze wedstrijd werd vorig jaar in het leven geroepen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van Jaroslav Zaviačič en de 20e verjaardag van Interinfo Tsjechië (80 + 20 = 100). Ondertussen zijn beiden natuurlijk weer een jaartje ouder en werd er even aan gedacht om in 2020 een ZAV-102-wedstrijd te organiseren, maar bij nader inzien was het behoud van de naam ZAV-100 wellicht toch de beste keuze.

ZAV-100

Na de eerste ronde op 21 november verscheen de voorlopige resultatenlijst online. In totaal hadden 228 typisten deelgenomen. Op 24 november volgde dan de tweede ronde. Pas na afloop van die tweede ronde was de resultatenlijst definitief.

Tijdens die tweede ronde waren er aanzienlijk meer deelnemers dan tijdens de eerste ronde, de zaterdag voordien. In totaal namen 1132 typisten aan de wedstrijd deel: 228 tijdens ronde 1 en maar liefst 904 tijdens ronde 2. Ze kwamen uit 15 verschillende landen.

De grote meerderheid van de deelnemers vinden we bij de junioren (van 17 tot 20 jaar). Maar liefst 703 typisten namen in deze categorie deel. Iets minder dan de helft daarvan, 315, zijn de scholieren (van 12 tot 16 jaar). Verder namen er nog 21 kinderen (onder de 12 jaar) en 93 senioren (21 jaar en ouder) deel.

De snelste ZAV-100-typist van 2020 is de Amerikaanse senior Sean Wrona, die een score van maar liefst 888,5 haalde. Hij wordt op de voet gevolgd door de Tsjech Jonáš Vala met 876,1 en de Italiaan Andrea Farsi met 793,0, beiden junioren.

Net als vorig jaar werd de beste Belgische prestatie geleverd door Klaas Nollet, met een bijzonder indrukwekkende score van 608,3. Tweede en derde Belgen zijn Yannick Germonpré (561,6) en Geert Bonte (556,0). Er zijn dit jaar persoonlijke records gebroken!

Het valt je misschien op dat we het bij deze wedstrijd niet hebben over de typesnelheid in aanslagen per minuut, maar over een ‘score’. Deze wedstrijd verschilt nogal van de ‘klassieke’ typewedstrijden, zeker voor wat betreft de manier waarop de punten berekend worden.

Interinfo Tsjechië

Binnen een tijdspanne van een uur mocht je 25 keer één minuut een tekst van het scherm overtypen. Na elke minuut werd je score (her)berekend. Dat ging als volgt: eerst wordt gekeken hoeveel aanslagen je hebt getypt en hoeveel fouten je hebt gemaakt. Per fout gaan er 100 punten af. Wat overblijft is je netto-resultaat. Is dat netto-resultaat beter dan je vorige score, dan komt de helft van het verschil erbij; in het andere geval behoud je je oude score.

Ingewikkeld? Niet echt, maar een paar voorbeeldjes maken het veel duidelijker. Je begint met een score van nul. Heb je na één minuut bijvoorbeeld 400 aanslagen getypt en heb je daarbij één fout laten staan, dan houd je netto 300 punten over. Dat is beter dan je vorige score (nul), dus de helft van het verschil komt erbij: (300 − 0) / 2 + 0 = 150. Heb je in de tweede minuut 380 aanslagen getypt zonder fouten, dan heb je in de tweede minuut een netto-resultaat van 380. Dat is opnieuw beter dan je vorige score (150), dus de helft van het verschil komt er weer bij: (380 − 150) / 2 + 150 = 265. En dat gaat zo door tot je 25 keer een minuut hebt getypt. Iedere keer probeer je om een hogere score te bekomen.

Je score blijft dus altijd lager dan je maximale typesnelheid, maar zal na verloop van tijd die snelheid steeds meer benaderen (net als een asymptotische functie in de wiskunde) op voorwaarde dat je weinig fouten maakt. Je score kan na iedere minuut alleen maar hoger worden of gelijk blijven, nooit lager worden. Immers: voor iedere minuut dat je netto-resultaat hoger is dan je score, zal je score verhogen; is je netto-resultaat gelijk of lager, dan blijft je score onveranderd. Na 25 keer een minuut typen, of wanneer het uur om is, ken je je eindscore. Na een uur is de wedstrijd voor alle deelnemers afgelopen en is de eindrangschikking bekend.

In totaal namen 26 Belgen deel aan ZAV-100. We vinden jammer genoeg maar één Nederlandse naam op de lijst: de 14-jarige Naomi Snijder, die een mooie score van 444,4 haalde en gedurende één minuut zelfs een nieuw persoonlijk record vestigde (456 aanslagen per minuut zonder fouten).

De volledige resultatenlijst vind je op manag.zav.cz/en/r2p/76. Wil je de resultaten van een van de vier leeftijdscategorieën bekijken, dan selecteer je de gewenste categorie uit de keuzelijst en klik je op ‘Filter’.

manag.zav.cz/en/r2p/76
zav.cz/100