vrijdag 15 januari 2021

Accenten en vreemde letters #3

Deze keer bespreken we de accenten en andere speciale tekens die je kunt tegenkomen bij het overtypen van teksten in het Fins, het Pools, het Hongaars en het Turks.

Fins

In het Fins kom je heel veel trema’s tegen, altijd op een a of een o. De ä en de ö worden in het Fins beschouwd als twee aparte letters, die achteraan in het alfabet komen.

Verder kun je heel af en toe de å tegenkomen op eigennamen die uit het Zweeds komen (maar niet op andere Finse woorden). Het kleine rondje (eigenlijk een kleine letter o) bovenop de a wordt corona (kroon) of ring genoemd. Ook de å is een aparte letter in het Finse alfabet (na de z en voor de ä).

Ten slotte kun je in Finse woorden in theorie ook nog een caron tegenkomen op de letters s en z, in bepaalde leenwoorden. Maar aangezien de s- en z-caron (šŠ, žŽ) niet voorkomen op een Fins toetsenbord, is de kans bijzonder klein. We zullen de caron, die eruitziet als een omgekeerde circumflex, bespreken wanneer we het hebben over de Oost-Europese talen, waar dat accent veelvuldig gebruikt wordt. In het Fins is er een alternatieve schrijfwijze voor š en ž, namelijk sh en zh.

De situatie met de Finse š en ž is dus een beetje dezelfde als met de œ in het Frans: omdat deze tekens niet op het toetsenbord staan, worden ze vaak vervangen door een alternatief. Maar in theorie kunnen ze wel voorkomen in een tekst, dus wees erop voorbereid!

Een weetje: het Fins is niet verwant met de andere Scandinavische talen (Deens, Noors en Zweeds). Het Fins vormt samen met het Hongaars een aparte taalgroep. Beide talen zijn met elkaar verwant, maar verschillen zo veel van elkaar dat er van onderlinge verstaanbaarheid geen sprake is.

Pools

Het enige vertrouwde accent in het Pools is het accent aigu. Dat accent kan voorkomen op de letter o, maar op geen enkele andere klinker. Verder kan het accent aigu wel voorkomen op een aantal medeklinkers, namelijk c, n, s en z.

Bij de letter z moet je goed uitkijken, want behalve een aigu kan er ook nog een punt op de letter geplaatst worden (żŻ).

Bij de a en de e kan een ogonek (Pools voor staartje) voorkomen onder de letter. Verwar de ogonek niet met de komma of de cedille; de ogonek wijst de andere kant op (bv. ąĄ, ęĘ).

Ten slotte maken we in het Pools voor het eerst kennis met een diakritisch teken dat niet boven of onder, maar door de letter geplaatst wordt: het (schuine) streepje door de letter l (bv. łŁ). In het Engels spreekt men van een l-stroke, maar de Polen noemen dit een l kreską. Je hebt wellicht de neiging om deze letter uit te spreken als een l, maar de correcte uitspraak is zoals onze letter w. In het Pools wordt de w dan weer uitgesproken als een v.

In handgeschreven tekst wordt het schuine streepje door de l kreską vervangen door een platte streep boven de letter.

Hongaars

In het Hongaars kunnen we het accent aigu tegenkomen op alle klinkers, en het trema op de o en de u. Daarnaast kent het Hongaars nog een speciaal accent: het dubbel accent aigu. Zo’n dubbel accent aigu is één accent dat, zoals je wellicht al kunt raden, eruitziet als twee accent aigu’s naast elkaar. Dit dubbel accent aigu wordt ook wel Hongaarse umlaut genoemd, omdat het natuurlijk ook wat op een umlaut (trema) lijkt. Het dubbel accent aigu kan voorkomen op de letters o en u.

Let dus heel goed op bij het overtypen van een Hongaarse tekst, want zowel het trema als het dubbel accent aigu worden op dezelfde letters gebruikt (o en u), en het verschil is niet altijd goed te zien wanneer de tekst in een kleiner lettertype staat.

Turks

Ook het Turks gebruikt de c-cedille, maar de cedille kan ook onder een s geplaatst worden. Daarmee wordt in het Turks een sj-klank aangegeven (zoals de ‘ch’ van ‘champagne’). Een ander vertrouwd accent is het trema, dat je kunt tegenkomen op een o of een u. Ten slotte komen we in het Turks ook de breve tegen (die we al kennen uit het Roemeens). In het Turks komt de breve uitsluitend voor op een letter g.

Naast deze accenten kent het Turks nog een speciale letter: de puntloze i (ı), die uitgesproken wordt zoals de doffe e in het Nederlands. Omdat het Turks zowel een i met punt als een i zonder punt gebruikt, zijn er ook twee vormen voor de overeenkomstige hoofdletters. Een gewone i (met punt) krijgt in het Turks ook een punt op de hoofdletter (İ). De puntloze hoofdletter I (zoals wij die gebruiken) wordt in het Turks gebruikt wanneer de doffe, puntloze ı naar een hoofdletter wordt omgezet.

Volgende keer sluiten we ons overzicht van accenten en andere speciale tekens af met drie Oost-Europese talen: het Tsjechisch, het Slowaaks en het Kroatisch.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten