zaterdag 11 december 2021

ZAV-100 (editie 2021)

Voor de derde keer organiseerden de Tsjechische ZAV-school en Interinfo Tsjechië ook dit jaar een internationale online typewedstrijd onder de naam ZAV-100 in samenwerking met Intersteno. Net als vorig jaar konden deelnemers kiezen uit twee data.

ZAV-100

De eerste ronde vond plaats op donderdag 9 december. Toen deden in totaal 882 typisten mee. Dat is een pak meer dan op de eerste wedstrdijddag van vorig jaar, toen er slechts 228 deelnemers waren. Naar goede gewoonte waren de tussenresultaten van de snelste typers in elke leeftijdscategorie in real time te volgen via de livestream op de facebookpagina’s van Intersteno en ZAV. Meteen na de wedstrijd verscheen de resultatenlijst online.

Interinfo Tsjechië

Maar de resultatenlijst werd pas definitief na ronde 2 op zaterdag 11 december, toen nog eens 472 sneltypers van over de hele wereld elkaar tegelijkertijd online bekampten. Dat bracht het totale deelnemersaantal voor deze wedstrijd op 1354, verdeeld over vier leeftijdscategorieën: 17 kinderen (12 jaar of jonger), 488 scholieren (13-16 jaar), 791 junioren (17-20 jaar) en 58 senioren (21 jaar of ouder).

Toch één puntje van kritiek voor deze wedstrijd, die voor de rest overigens voortreffelijk georganiseerd is: we hebben gemerkt dat steeds weer dezelfde teksten worden gebruikt. De teksten van dit jaar leken verdacht veel op (en waren wellicht identiek aan) de teksten van vorig jaar, en de teksten die bij de eigenlijke wedstrijd worden gebruikt, zijn dezelfde teksten die ook voor de training dienen.

Als je dat eenmaal weet, kun je daar natuurlijk je voordeel mee doen en de moeilijke woorden uit die teksten op voorhand extra inoefenen. Dan heb je ze ‘in de vingers’, waardoor je aanzienlijk hogere snelheden kunt behalen dan wanneer je met een nieuwe, onbekende tekst geconfronteerd wordt. Dat is dan ook de belangrijkste reden waarom mijn prestatie van dit jaar beter was dan die van vorig jaar, en die van vorig jaar beter dan die van nog een jaar eerder. Maar wat mij betreft, mogen de organisatoren tegen volgende keer toch liever eens met nieuwe teksten komen.

Aan ZAV-100 namen dit jaar 9 Vlaamse senioren, 1 Waalse junior en geen enkele Nederlander deel.

De volledige resultatenlijst vind je op manag.zav.cz/en/r2p/102. Wil je de resultaten per leeftijdscategorie bekijken, selecteer dan de gewenste categorie uit de keuzelijst en klik op ‘Filter’.

manag.zav.cz/en/r2p/102
zav.cz/100

maandag 24 mei 2021

Het probleem met Roemeens

Toen Top-Typster Katrien Vandenbulcke in maart van dit jaar als eerste deelneemster de Roemeense tekst overtypte voor de Intersteno-internetwedstrijd 2021, kreeg ze te maken met een vervelend probleem, waardoor haar – volkomen ten onrechte – tientallen extra fouten werden aangerekend.

Het probleem zat bij twee van de accentletters die in het Roemeens worden gebruikt. In mijn eerdere artikel over accenten en vreemde letters gaf ik een overzicht van de accentletters die je bij het overtypen van Roemeense teksten kunt tegenkomen.

De twee letters waarover het gaat, zijn de s-komma en de t-komma (ș, ț), met Unicode-waarden U+0219 en U+021B voor de kleine letters en U+0218 en U+021A voor de hoofdletters. Je treft die letters aan op een modern Roemeens toetsenbord. Maar in heel wat Roemeense teksten zul je twee andere tekens aantreffen, die er heel erg op lijken: de s-cedille en de t-cedille (ş, ţ), met Unicode-waarden U+015F en U+0163 voor de kleine letters en U+015E en U+0162 voor de hoofdletters. Die letters vind je enkel nog op de oudere Roemeense toetsenborden.

Hoewel je in het Roemeens officieel de s en de t met komma moet gebruiken, wordt nog heel vaak de s en t met cedille gebruikt. Dat komt doordat de s en t met komma pas laat opgenomen werden in de Unicode-standaard. Dat gebeurde pas in 1999 (Unicode 3.0), op verzoek van de Roemeense organisatie voor normalisering. Vóór die tijd waren wel de s en t met cedille al deel van Unicode, en op Roemeense schrijfmachine- en computertoetsenborden vond je de letters met cedille.

In Windows 10 kun je kiezen tussen de nieuwe Roemeense toetsenbordlay-out (een qwerty-toetsenbordindeling), die de correcte tekens ș en ț met komma produceert, en de verouderde Roemeense toetsenbordlay-out (een qwertz-indeling), die de tekens ş en ţ met cedille produceert.

Gevolg: in Roemeense teksten zul je de ene keer de letters met komma aantreffen, de andere keer de letters met cedille. De meeste mensen (zelfs de Roemenen) zijn er zich niet van bewust dat dit verschillende tekens zijn, elk met hun eigen plaatsje in de Unicode-standaard.

Welke tekens moet je nu gebruiken bij de internetwedstrijd? Als je even oefent met de trainingsteksten, dan merk je dat daar de s en t met cedille gebruikt worden. Je verwacht dus hetzelfde op de wedstrijd. En daar ging het dit jaar weer verkeerd, zoals Katrien mocht ondervinden, die zich als eerste aan het Roemeens waagde. Katrien had enkele keren geoefend op Roemeens, en had daarbij dezelfde toetsenbordindeling gebruikt die ze ook vorig jaar hanteerde. Alles ging goed... tot Katrien aan de wedstrijd begon. De wedstrijdtekst bleek niet de ş en ţ met cedille, maar de ș en ț met komma te bevatten. Het verschil is moeilijk te zien (tenzij je de letters uitvergroot). Katrien was zich van geen kwaad bewust en typte de Roemeense tekst keurig over. Groot was natuurlijk haar verwondering en teleurstelling toen aan het einde van de test de evaluatie op het scherm verscheen: 61 fouten! Overal waar Katrien een ş of een ţ had getypt, had het programma een fout aangerekend!

Jammer dat de organisatoren zich blijkbaar niet bewust waren van dit probleem, of dat ze er zo weinig aandacht aan schonken, want exact hetzelfde probleem had zich in het verleden nog al eens voorgedaan. Uiteindelijk kwam het allemaal in orde en werd het probleem opgelost – Katrien bleek gelukkig tóch geslaagd –, maar het ware natuurlijk beter als men deze verwarring had vermeden.

Onderstaande afbeelding laat de huidige, moderne Roemeense toetsenbordlay-out zien, een qwerty-indeling die de s en t met komma produceert.

In het verleden werd in Roemenië een andere toetsenbordindeling gebruikt, namelijk onderstaande qwertz-lay-out, die de s en t met cedille produceert.

Ik kon de ellende niet langer aanzien en heb de programmeur van de Taki-software, de Italiaan Marco Olivio, gecontacteerd met een suggestie voor een mogelijke oplossing. Hij heeft beloofd de oplossing tegen volgende keer te implementeren, en ondertussen is dat ook gebeurd, zo heeft hij mij laten weten. Het is de bedoeling dat voortaan in het Roemeens zowel de ș en ț met komma als de ş en ţ met cedille correct gerekend worden, ongeacht wat in de opgave staat en ongeacht wat de deelnemer heeft getypt. En zo hoort het ook volgens een aanbeveling in de Unicode Standard Core Specification, een document dat de algemene principes van de Unicode-standaard beschrijft en richtlijnen bevat voor software-implementaties.

Normaal gezien moet het probleem met het Roemeens voortaan dus verleden tijd zijn. Wie het wil, kan het zelf even uitproberen in de Taki-trainingsmodule. Test het even uit met verschillende toetsenbordindelingen: gebruik de ene keer de s/t-komma en de andere keer de s/t-cedille. Ongeacht welke tekens je typt, dit zou vanaf nu geen aanleiding meer mogen geven tot onterecht aangerekende fouten.

www.intersteno.org/intersteno-internet-contests/training-with-taki-version
www.unicode.org/versions/Unicode13.0.0/UnicodeStandard-13.0.pdf

Nooit meer een regel overslaan!

Wie heeft het nog nooit meegemaakt? Tijdens de Intersteno-internetwedstrijd concentreer je je te pletter terwijl je de tekst van het scherm foutloos probeert over te typen, maar zonder dat je het in de gaten hebt, sla je een regel over. In het resultatenscherm dat je aan het einde te zien krijgt, ziet het er dan bijvoorbeeld zo uit (het paars gemarkeerde stuk heb ik overgeslagen):

Het overkomt ons allemaal wel eens. Het probleem wordt veroorzaakt doordat de opgavetekst tijdens het typen ‘verspringt’. Tijdens het overtypen van pakweg de eerste vier regels gebeurt er niets, maar daarna scrolt de tekst regel per regel omhoog naarmate je verder typt. Vooral wanneer in twee opeenvolgende regels eenzelfde woord of eenzelfde opeenvolging van woorden voorkomt, is de kans reëel dat je je van regel vergist en een regel overslaat.

Wie al eens aan het Nederlands kampioenschap heeft deelgenomen met de QMTT-software, weet dat het ook anders kan: in QMTT scrolt de tekst zachtjes pixel per pixel omhoog, waardoor je ogen vanzelf op de juiste regel gericht blijven. Helaas is (was!) het bij de Taki-software van Intersteno anders: daar verspringt de tekst telkens met een volledige regel, met de gekende rampzalige gevolgen.

Daar moet toch eens wat aan gedaan worden, dacht ik. Ik heb de programmeur van Taki gecontacteerd en hem het probleem uiteengezet. Ik heb hem verwezen naar de voorbeelden van QMTT en van ZAV, twee programma’s die de ‘langzame scroll’ gebruiken en niet regel per regel verspringen.

Ondertussen is het zover: enkele dagen geleden (na afloop van de Intersteno-internetwedstrijd 2021) heeft programmeur Marco Olivio, die de Taki-software onderhoudt, de langzame scroll geïmplementeerd.

Iedereen kan het voortaan zelf even uitproberen: ga naar de Taki-trainingsmodule en typ een willekeurige tekst over. Je zult merken dat de tekst nu langzaam scrolt wanneer je een regel opschuift. Op die manier blijven je ogen op de over te typen regel gericht en wordt de kans dat je per ongeluk een regel overslaat, aanzienlijk verkleind.

Wat zijn jullie ervaringen? Hebben jullie ook al regels overgeslagen tijdens het typen met Taki? Probeer gerust de nieuwe versie even uit en laat me weten wat je ervan denkt!

www.intersteno.org/intersteno-internet-contests/training-with-taki-version

vrijdag 21 mei 2021

Intersteno-internetwedstrijd 2021

De resultaten van de Intersteno-internetwedstrijd 2021 zijn bekend. De Internet Keyboarding Competition liep dit jaar van 15 maart tot en met 12 mei en was aan zijn 19e editie toe. Voor een korte uitleg hoe deze wedstrijd in elkaar zit, verwijs ik naar mijn blogpost van vorig jaar.

Wat dit jaar opvalt, is het geringe aantal deelnemers in vergelijking met de voorgaande jaren. Aan de wedstrijd van 2021 namen 839 typisten uit 20 landen deel. Dat is het laagste aantal van de voorbije 16 jaar. In de topjaren, van 2013 tot 2016, bedroeg het deelnemersaantal meer dan het dubbele! Dat er dit jaar minder kandidaten zouden zijn dan vorig jaar was enigszins te verwachten aangezien de wedstrijd vorig jaar uitzonderlijk gratis was, maar zó veel minder, dat was toch een verrassing. Daar staat echter wel tegenover dat het gemiddeld aantal talen per deelnemer nooit eerder zo hoog was als dit jaar. Alle typisten samen legden in totaal 2.729 verschillende proeven af, een gemiddelde van 3,25 per deelnemer.

Er waren dit jaar een aantal nieuwigheden. Om te beginnen werd er een beperking opgelegd aan het aantal talen waarin je mag deelnemen. Hoewel er momenteel 17 verschillende talen aangeboden worden, mag elke deelnemer maximaal in 16 talen deelnemen. Die beperking kwam er omdat de Japanse deelnemers anders in de praktijk bevoordeeld zijn. De meeste Japanners kunnen immers vrij probleemloos alle westerse talen typen, maar geen enkele westerling slaagt erin om Japans (kanji-karakters) te typen. Gevolg: de beste Japanse typisten konden vroeger in theorie in 17 talen deelnemen en hadden dus een grotere kans om een hogere totaalscore in de wacht te slepen dan de beste westerse typisten met slechts 16 talen. Maar die nieuwe regel heeft niet kunnen beletten dat de beste typist van 2021 toch weer een Japanner is. Takayuki Nakayama won de wedstrijd met 82.144 punten. Nakayama won de wedstrijd eerder al drie jaar op een rij, van 2017 tot 2019, en werd vorig jaar tweede.

Een andere nieuwigheid was de verplichting om in je moedertaal deel te nemen. In principe was er vroeger niets dat je belette om deel te nemen in alleen maar vreemde talen, zonder in je moedertaal te typen, maar dat mag nu niet meer. Ik vind het een vreemde nieuwe regel. Betekent dat dat typisten wier moedertaal niet tot de 17 aangeboden talen behoort, voortaan uitgesloten worden van deelname? Dat zou een ongeoorloofde discriminatie zijn. Of betekent het dat iemand die niet in zijn of haar moedertaal getypt heeft maar wel in andere talen, dan ook geen meertalendiploma krijgt? Vreemd...

Tenslotte zat er een nieuwe taal in het aanbod: Servisch, in een Cyrillische en een Latijnse variant. Meer daarover lees je in een eerdere blogpost.

Net als vorig jaar zijn Tsjechië en Turkije de landen die het grootste aantal deelnemers leveren met respectievelijk 175 (20,86%) en 164 (19,55%) typisten. Zowel uit België als uit Nederland kwamen telkens 27 deelnemers (3,22%). Enigszins merkwaardig is dat het land met het grootste aantal inwoners, de Verenigde Staten, slechts één deelnemer afvaardigt. Hier is dus duidelijk nog wat werk aan de winkel voor de organisatoren om de wedstrijd daar meer bekendheid te geven. Deze internationale wedstrijd blijft eigenlijk voornamelijk een Europese bedoening, net als de Intersteno-congressen en de wereldkampioenschappen.

Zowel de Belgen als de Nederlanders hebben goede prestaties neergezet. Voor België werd de hoogste score in de moedertaalwedstrijd behaald door Raphaël Louys met 607 aanslagen per minuut. Bij de meertalenwedstrijd staat Yannick Germonpré aan de leiding, met een puntentotaal van 53.925, bijeengesprokkeld met 16 talen.

In Nederland is de beste prestatie deze van Wendy Lempers, met 637 aanslagen per minuut voor moedertaal. In tegenstelling tot België waren er voor Nederland heel wat jonge deelnemers in de categorie 12 jaar of jonger, maar de Nederlanders zijn dan weer ondervertegenwoordigd in de meertalenwedstrijd. Slechts 3 Nederlanders waagden zich aan twee of meer talen; bij de Belgen waren er maar liefst 20 meertalendeelnemers (van wie 3 het maximale aantal van 16 talen typten).

De overige Belgische en Nederlandse resultaten vind je in bijgaande tabellen (klik om te vergroten).

Dit jaar jammer genoeg geen Belgen of Nederlanders in de top tien. De moedertaallijst bij de senioren (21 jaar en ouder) wordt aangevoerd door de enige Amerikaan, Sean Wrona. Op de tweede en derde plaats vinden we Andrea Farsi uit Italië en Erdi Çiller uit Turkije. Bij de junioren (17-20 jaar) staat Mete Özen uit Turkije op de eerste plaats. Enigszins verrassend, want de Tsjech Jonáš Vala, al enkele jaren de veelbelovende rijzende ster aan het typefirmament, staat pas op plaats twee. Vala typte sneller dan Özen, maar maakte jammer genoeg ook meer fouten, wat hem punten kostte. Had hij één foutje minder gemaakt, dan stond Vala ook dit jaar aan de top. De derde plaats bij de junioren is voor de Italiaan Massimiliano Polilli.

De meertalenwedstrijd werd bij de senioren gewonnen door de Japanner Takayuki Nakayama, gevolgd door Andrea Farsi en Koki Tanaka. Enigszins verrassend vinden we Sean Wrona in deze lijst pas terug op de 13e plaats. Maar Wrona was dit jaar nogal laat aan de wedstrijd begonnen en kon maar 11 (in plaats van zijn gebruikelijke 15) talen afleggen. De meertalenlijst van de junioren wordt aangevoerd door Jonáš Vala, met een zeer ruime voorsprong op de nummers twee (Martin Kozáček) en drie (Sebastian Pospiech).

De officiële resultatenlijsten van de Intersteno-internetwedstrijd 2021 kun je raadplegen via volgende links:

moedertaal alle leeftijden meertalig alle leeftijden algemeen alle leeftijden
moedertaal ≤12 jaar meertalig ≤12 jaar algemeen ≤12 jaar
moedertaal 13-16 jaar meertalig 13-16 jaar algemeen 13-16 jaar
moedertaal 17-20 jaar meertalig 17-20 jaar algemeen 17-20 jaar
moedertaal ≥21 jaar meertalig ≥21 jaar algemeen ≥21 jaar

Edit 2022-03-09: In een eerdere versie van dit artikel werd beweerd dat Servisch en Kroatisch twee varianten zijn van het Servo-Kroatisch. Afhankelijk van aan wie je het vraagt, zul je hier uiteenlopende reacties op krijgen. Hoewel beide talen erg nauw verwant zijn, staan vooral de Kroaten erop dat het Kroatisch als een aparte, volwaardige taal beschouwd wordt.

dinsdag 6 april 2021

Nieuwe publicaties voorjaar 2021

Ik heb niet stilgezeten de voorbije maanden. Ik heb namelijk maar liefst vijf nieuwe publicaties klaar. Vier daarvan verschijnen in druk, alle vijf zijn ook verkrijgbaar als e-boek.

Cagliari 2019

De belangrijkste publicatie, waar velen van jullie wellicht nieuwsgierig naar uitkijken, is Cagliari 2019, het langverwachte reisverslag van een groepje Belgische Top-Typers die in de zomer van 2019 – toen we nog onbezorgd konden reizen en met grote groepen mensen bij elkaar mochten komen – naar de hoofdstad van Sardinië trokken om er deel te nemen aan het 52e Intersteno-congres en de wereldkampioenschappen in tekstproductie en andere verwante disciplines. Ze verkennen de stad en de rest van het eiland, bezoeken enkele archeologische sites en natuurgebieden, gaan flamingo’s spotten en genieten van zon, zee, strand en ijsjes, vooral véél ijsjes...

Dit boek telt 132 pagina’s en is geïllustreerd met meer dan 60 kleurenfoto’s. Het verschijnt in twee edities: een hardcover (met op de cover een flamingo bij zonsondergang aan de rand van het water) en een paperback (met op de cover een betoverend zicht op Cagliari bij valavond).

De overige publicaties die in druk verschijnen zijn allemaal hardcovers zonder kleurenfoto’s.

De Typ-Top-interviews

De tweede publicatie, De Typ-Top-interviews, is een verzameling boeiende gesprekken met toptypers uit de glorietijd van de wedstrijden machineschrijven. Deze interviews met getalenteerde wedstrijdtypisten verschenen oorspronkelijk in Typ-Top – Het toptypistenblad voor Vlaanderen en Nederland, een kwartaaltijdschrift voor wedstrijdtypisten en andere geïnteresseerden dat uitgegeven werd tussen 1989 en 1993. Ondanks de voortschrijdende technologie – de logge schrijfmachines zijn uiteraard al lang ingeruild voor lichte laptops – blijven de interviews boeiend om te lezen. Een boekje dat in geen enkele Top-Typersbibliotheek mag ontbreken! Het telt 90 pagina’s.

Een lijst met alle geïnterviewden vind je op deze pagina: De Typ-Top-interviews.

Verzamelde typeverslagen Volume 2

Verzamelde typeverslagen Volume 2 is een vervolg op Verzamelde typeverslagen 1981-1989, waarvan de eerste druk in december 2010 verscheen. Ook Volume 2 is een verzamelwerk met verslagen van typewedstrijden. Het gaat vooral om verslagen die ik nog niet in mijn verzameling had, en die ik ontdekte bij het doorspitten van het uitgebreide archief van Gabriël Dujardin. Die vergeten verslagen worden aangevuld met enkele inzendingen van lezers uit Typ-Top – Het toptypistenblad voor Vlaanderen en Nederland en andere tijdschriften. Door deze verslagen nu voor het eerst in boekvorm te publiceren, wil ik ze behoeden voor de vergetelheid. Deze verzameling leuke verslagjes verdient beter dan voor eeuwig in het stoffige archief van Gabriël te blijven zitten!

Tegelijkertijd met Volume 2 verschijnt een nieuwe, herwerkte editie van het oorspronkelijke verzamelwerk uit 2010, nu echter onder de nieuwe titel Verzamelde typeverslagen Volume 1, met een andere cover, in een nieuwe lay-out, en net als Volume 2 voorzien van een chronologisch register (met een chronologisch overzicht van alle tot nu toe in druk verschenen wedstrijdverslagen) en een wedstrijdregister (een lijst van de typewedstrijden waarvan in het betreffende volume verslag wordt gedaan).

Volume 1 bevat voornamelijk mijn eigen werk, aangevuld met een kleiner aantal verslagen van andere auteurs. Volume 2 bevat voornamelijk verslagjes van andere wedstrijddeelnemers, van wie sommigen meerdere bijdragen leverden. Zo schreef ABW-voorzitter Danny Devriendt maar liefst 9 van de in totaal 40 wedstrijdverslagen. Ook een bijzonder interessante bijdrage is deze van toenmalig juryvoorzitter Jos Jossart, die ons een unieke kijk gunt achter de schermen van het wereldkampioenschap van Dresden (1989). Alle andere verslagen zijn geschreven vanuit het standpunt van mensen die aan de wedstrijden deelnamen; Jossarts verslag is geschreven door iemand die de organisatie van het WK, de controle van de werkstukken, de verwerking van de resultaten en de proclamatie in goede banen moest zien te leiden.

Verzamelde typeverslagen Volume 1 telt 374 pagina’s, Volume 2 telt er 192.

Een overzicht van alle opgenomen wedstrijdverslagen en hun auteurs vind je op deze pagina: Verzamelde typeverslagen.

Typen 2019-2020

Tenslotte is er nog een publicatie die niet in druk, maar enkel als e-boek verschijnt: Typen 2019-2020, een nieuwe uitgave in de reeks jaarboeken die sinds 2012 verschijnen met nieuws over typewedstrijden, Top-Typersbijeenkomsten en leuke uitstapjes die we met de Top-Typers maken. Omdat er echter in 2019 en in 2020 maar weinig te beleven viel voor de Top-Typers – behalve het WK in Cagliari natuurlijk, maar dat maakt het voorwerp uit van een aparte publicatie – heb ik deze keer twee jaar gebundeld in één boekje.

Bestellen

Alle publicaties die in druk verschijnen, zijn online te bestellen bij Lulu.com, de print-on-demand-service die ik gebruik om mijn boeken te verwezenlijken. Gebruik de links hieronder als je boeken wilt bestellen (maar lees eerst de rest van dit artikel voordat je een bestelling plaatst):

Bij een print-on-demand-service als Lulu.com kun je één of meerdere boeken tegelijk bestellen. Boeken worden niet in grote oplagen gedrukt en liggen dan niet in een magazijn te wachten tot iemand een exemplaar bestelt, maar ze worden pas gedrukt wanneer er besteld wordt. Daardoor duurt het iets langer alvorens het boek in je brievenbus valt, maar je bent als auteur of uitgever dus niet verplicht om op voorhand te investeren.

Verzendkosten

Bestel je één boek, dan heb je wel het nadeel dat de verzendkosten in verhouding tamelijk hoog zijn. Bij de goedkoopste (langzaamste) verzendoptie bedragen de verzendkosten voor één boek op het moment dat ik dit schrijf 6,34 euro. Dat is natuurlijk vrij hoog in verhouding tot de kostprijs van het boek, zeker wanneer je een boekje bestelt dat zelf maar 10 euro kost. Bestel je meerdere boeken tegelijk, dan begint de verzendkost per boek aanzienlijk te dalen. Zou je bijvoorbeeld de vier hardcovers samen bestellen, dan betaal je 10,84 euro aan verzendkosten; bestel je de paperback van Cagliari 2019 samen met De Typ-Top-interviews en Verzamelde typeverslagen Volume 2, dan betaal je op dit moment 9,34 euro aan verzendkosten.

In normale omstandigheden zou ik zelf een ‘grote’ bestelling kunnen plaatsen voor alle geïnteresseerde Top-Typers samen, om de verzendkosten zo laag mogelijk te houden. In normale omstandigheden zouden we dan een samenkomst organiseren met de Top-Typers, waarbij iedereen de bestelde boeken krijgt. Maar helaas kunnen we onder de huidige omstandigheden geen dergelijke samenkomst organiseren. De horeca is nog altijd dicht, en we kunnen ook elders niet met veel mensen samenkomen. Als je via mij een of meerdere boeken wilt bestellen, dan ziet het ernaar uit dat je er nog wel even op zult moeten wachten, tenzij je in de onmiddellijke omgeving van Brugge woont. Dan kun je je boek eventueel bij mij thuis komen afhalen, of ik kom het zelf even brengen.

Ben je echter reuze benieuwd en wil je een of meer van bovenstaande boeken zo snel mogelijk in huis hebben? Dan zul je zelf een bestelling bij Lulu.com moeten plaatsen en de bijbehorende verzendkosten voor lief nemen.

Kortingcodes

Maar er is nog dit: zeer regelmatig publiceert Lulu.com een kortingcode waarbij je tijdelijk 10% of met wat geluk 15% korting kunt krijgen (op de prijs van de boeken, niet op de verzendkosten). Met zo’n kortingcode kun je dus je voordeel doen als je op het goede moment bestelt. Ik houd de kortingacties in de gaten en houd jullie de komende tijd via de Top-Typers-facebookgroep op de hoogte!

Wie via mij een of meer boeken wil bestellen, contacteert mij best zo vlug mogelijk. Ik noteer dan je naam en je bestelling en wacht maximaal tot eind april om de bestelling te plaatsen. Wanneer ik de boeken ontvangen heb, contacteer ik je opnieuw om af te spreken hoe je je boek in handen kunt krijgen.

E-boeken

Tot slot nog iets over de e-boeken.

Die hoef je niet via Lulu.com te bestellen. Neem rechtstreeks contact met mij op wanneer je een e-boek wilt, en ik stuur je – helemaal gratis! – een downloadlink. Je kunt kiezen uit twee e-boekformaten: ePub of PDF. Een ePub-bestand is het handigst wanneer je een e-reader gebruikt. Je kunt dan zelf het lettertype en de tekengrootte aanpassen aan je eigen voorkeuren. Het PDF-bestand is een één-op-één weergave van het gedrukte boek. Heb je geen e-reader maar wel een tablet, dan is het natuurlijk ook erg prettig om een e-boek (ePub of PDF) op je tablet te lezen (in ieder geval handiger dan op het scherm van je laptop- of desktop-pc).

Veel leesplezier!

www.lulu.com/spotlight/gebotopia

woensdag 17 maart 2021

Servisch

Sedert ik in januari van dit jaar in vier artikels een overzicht bracht van de verschillende accentletters en andere speciale tekens die je kunt tegenkomen bij het overtypen van vreemde talen, is er een extra keuzemogelijkheid toegevoegd aan het talenaanbod van de Intersteno-internetwedstrijd: het Servisch.

Wie naar de Taki-trainingsmodule surft, zal merken dat het Servisch nu onderaan het lijstje is toegevoegd in twee versies:

  • српски: Servisch (Cyrillisch alfabet)
  • Serbian (latin): Servisch (Latijns alfabet)

Eigenlijk gaat het niet echt om een nieuwe taal. Zowel Kroatisch (dat al beschikbaar was) als Servisch (dat nu is toegevoegd) zijn immers beide ‘standaardvarianten’ van het Servo-Kroatisch. Dat is een beetje (maar niet helemaal) te vergelijken met het Nederlands: er zijn aantoonbare kleine verschillen tussen het Nederlands dat in Nederland gesproken wordt en het Vlaams dat in België gesproken wordt, maar in wezen gebruiken beide talen dezelfde grammatica en hetzelfde vocabularium. Sprekers uit beide taalgroepen zullen elkaar (meestal) perfect kunnen begrijpen, zeker voor wat de geschreven taal betreft.

Wil je Servo-Kroatisch typen, dan kun je voortaan dus kiezen uit drie mogelijkheden: twee met het Latijnse en één met het Cyrillische alfabet. In het Servo-Kroatische taalgebied zijn namelijk beide alfabetten in gebruik. In Servië zelf wordt de taal in officiële documenten nog altijd met het Cyrillische alfabet geschreven, maar in de andere landen waar Servo-Kroatisch gesproken wordt, gebruikt men het ons vertrouwde Latijnse alfabet. Ook in Servië is het gebruik van het Latijnse alfabet in opmars.

Wil je Servisch typen in het Latijns alfabet, dan zul je een aantal accentletters tegenkomen. De accentletters die in het Servisch gebruikt worden, zijn dezelfde als in het Kroatisch: de caron of haček kun je tegenkomen op de letters c, s en z (čČ, šŠ, žŽ), de aigu enkel op de c (ćĆ), en dan is er ook nog de doorstreepte letter d (đĐ).

Accentletters in het Servisch

Let op wanneer je deze taal kiest bij de meertalige internetwedstrijd van Intersteno: de drie mogelijkheden ‘Hrvatski’ (Kroatisch), ‘Serbian (latin)’ (Servisch in het Latijnse alfabet) en ‘српски’ (Servisch in het Cyrillische alfabet) worden als één taal beschouwd. Kies je één van deze drie, dan zul je de andere twee niet meer kunnen typen! Dat is ook zo bij de andere talen waarvoor meerdere varianten beschikbaar zijn. Zo kun je bijvoorbeeld ook maar één van de mogelijkheden ‘Nederlands’ en ‘Nederlands (België)’ kiezen!

Tot slot nog een waarschuwing voor wie al Russisch kan typen en zich nu aan de Cyrillische versie van het Servisch wil wagen. Hoewel Russisch en Servisch beide gebruikmaken van het Cyrillische alfabet, zijn er een aantal Cyrillische tekens die je enkel in het Servisch maar niet in het Russisch zult aantreffen, en omgekeerd. Kun je al Russisch (Русский) typen en wil je ook eens Servisch (српски) proberen, dan zul je zes nieuwe Cyrillische karakters nodig hebben.

In een toekomstig artikel zal ik een uitgebreid overzicht geven van het Russisch-Cyrillische en het Servisch-Cyrillische alfabet.

donderdag 28 januari 2021

Accenten en vreemde letters #4

In dit vierde en voorlopig laatste artikel over accenten en vreemde tekens zullen we het hebben over het Tsjechisch, het Slowaaks en het Kroatisch.

Tsjechisch

Het Tsjechisch kent heel wat verschillende accentletters en is daardoor wellicht een van de lastigste vreemde talen om te typen. We beginnen met het vertrouwde accent aigu, dat je kunt tegenkomen op alle klinkers (a, e, i, o, u en y). Een ander accent, dat we eerder al tegenkwamen in het Fins, is de corona. In het Fins kwam dat diakritisch teken uitsluitend voor op een a (åÅ); in het Tsjechisch komt het uitsluitend voor op de letter u (ůŮ). Het Tsjechisch is de enige taal waarin de u-corona gebruikt wordt. De hoofdletter u-corona zul je zelden tegenkomen, want de ů komt nooit voor aan het begin van een woord.

Maar het Tsjechisch heeft nog meer accentletters in petto. Een veelvuldig gebruikt accent is de caron, ook haček genoemd. Een haček of caron ziet eruit als een omgekeerde circumflex. In het Tsjechisch wordt dit accent gebruikt op de klinker e (ěĚ) en op de medeklinkers c, d, n, r, s, t en z (čČ, ďĎ, ňŇ, řŘ, šŠ, ťŤ, žŽ).

Met de haček is iets vreemds aan de hand: dit accent kan van vorm veranderen, afhankelijk van de letter waarbij het gebruikt wordt. Op hoofdletters en op de meeste kleine letters behoudt het zijn gewone verschijningsvorm, die van een omgekeerde circumflex. Maar bij de kleine letters d en t krijgt het de vorm van een apostrof of hoog geplaatste komma na de letter. Je zou de neiging kunnen hebben om dit te typen als d + apostrof of t + apostrof, maar dat is fout. Zowel de ď als de ť vormen telkens één teken.

Slowaaks

Ook het Slowaaks maakt gebruik van ons vertrouwde accent aigu, niet enkel op de zes klinkers, maar ook op de medeklinkers l en r (ĺĹ, ŕŔ). Een ander vertrouwd accent, de circumflex, wordt in het Slowaaks enkel gebruikt op de o; het trema enkel op de a.

Net als het Tsjechisch maakt ook het Slowaaks veelvuldig gebruik van de haček, namelijk op de letters c, d, l, n, s, t en z. Je weet al dat de haček er normaal gezien uitziet als een omgekeerde circumflex, behalve bij de kleine letters d en t, waar hij eruit ziet als een apostrof. Ook bij de letter l krijgt de haček de vorm van een apostrof, en dat zowel bij de kleine letter l als de hoofdletter L (ľĽ).

Kroatisch

We sluiten het rijtje Oost-Europese talen en daarmee ook deze reeks artikelen over accenten en vreemde tekens af met het Kroatisch. In het Kroatisch worden heel wat minder accenten gebruikt dan in het Tsjechisch en het Slowaaks. Accenten op klinkers komen in deze taal niet voor. Het Kroatisch gebruikt drie verschillende diakritische tekens: het accent aigu op de letter c, de haček op de letters c, s en z, en het streepje door de letter d. We kwamen eerder al een taal tegen die gebruikmaakte van een dwarsstreepje door een letter, namelijk het Pools met de l kreską (łŁ). Bij de Poolse l kreską wordt het streepje schuin geplaatst (van linksonder naar rechtsboven); bij de Kroatische đ wordt het streepje echter horizontaal geplaatst (đĐ).

We hebben in deze reeks artikelen alle talen overlopen die beschikbaar zijn bij de Intersteno-internetwedstrijd en die gebruikmaken van het Latijns alfabet, vijftien in totaal. In een volgend artikel zullen we bespreken hoe je te werk kunt gaan om al die talen te typen met een Belgisch of Nederlands toetsenbord. Wil je meedoen met de meertalenwedstrijd van Intersteno, dan zul je er immers voor moeten zorgen dat je alle hierboven besproken accentletters en andere speciale tekens kunt typen. Heel wat van die tekens staan niet op je toetsenbord.

vrijdag 15 januari 2021

Accenten en vreemde letters #3

Deze keer bespreken we de accenten en andere speciale tekens die je kunt tegenkomen bij het overtypen van teksten in het Fins, het Pools, het Hongaars en het Turks.

Fins

In het Fins kom je heel veel trema’s tegen, altijd op een a of een o. De ä en de ö worden in het Fins beschouwd als twee aparte letters, die achteraan in het alfabet komen.

Verder kun je heel af en toe de å tegenkomen op eigennamen die uit het Zweeds komen (maar niet op andere Finse woorden). Het kleine rondje (eigenlijk een kleine letter o) bovenop de a wordt corona (kroon) of ring genoemd. Ook de å is een aparte letter in het Finse alfabet (na de z en voor de ä).

Ten slotte kun je in Finse woorden in theorie ook nog een caron tegenkomen op de letters s en z, in bepaalde leenwoorden. Maar aangezien de s- en z-caron (šŠ, žŽ) niet voorkomen op een Fins toetsenbord, is de kans bijzonder klein. We zullen de caron, die eruitziet als een omgekeerde circumflex, bespreken wanneer we het hebben over de Oost-Europese talen, waar dat accent veelvuldig gebruikt wordt. In het Fins is er een alternatieve schrijfwijze voor š en ž, namelijk sh en zh.

De situatie met de Finse š en ž is dus een beetje dezelfde als met de œ in het Frans: omdat deze tekens niet op het toetsenbord staan, worden ze vaak vervangen door een alternatief. Maar in theorie kunnen ze wel voorkomen in een tekst, dus wees erop voorbereid!

Een weetje: het Fins is niet verwant met de andere Scandinavische talen (Deens, Noors en Zweeds). Het Fins vormt samen met het Hongaars een aparte taalgroep. Beide talen zijn met elkaar verwant, maar verschillen zo veel van elkaar dat er van onderlinge verstaanbaarheid geen sprake is.

Pools

Het enige vertrouwde accent in het Pools is het accent aigu. Dat accent kan voorkomen op de letter o, maar op geen enkele andere klinker. Verder kan het accent aigu wel voorkomen op een aantal medeklinkers, namelijk c, n, s en z.

Bij de letter z moet je goed uitkijken, want behalve een aigu kan er ook nog een punt op de letter geplaatst worden (żŻ).

Bij de a en de e kan een ogonek (Pools voor staartje) voorkomen onder de letter. Verwar de ogonek niet met de komma of de cedille; de ogonek wijst de andere kant op (bv. ąĄ, ęĘ).

Ten slotte maken we in het Pools voor het eerst kennis met een diakritisch teken dat niet boven of onder, maar door de letter geplaatst wordt: het (schuine) streepje door de letter l (bv. łŁ). In het Engels spreekt men van een l-stroke, maar de Polen noemen dit een l kreską. Je hebt wellicht de neiging om deze letter uit te spreken als een l, maar de correcte uitspraak is zoals onze letter w. In het Pools wordt de w dan weer uitgesproken als een v.

In handgeschreven tekst wordt het schuine streepje door de l kreską vervangen door een platte streep boven de letter.

Hongaars

In het Hongaars kunnen we het accent aigu tegenkomen op alle klinkers, en het trema op de o en de u. Daarnaast kent het Hongaars nog een speciaal accent: het dubbel accent aigu. Zo’n dubbel accent aigu is één accent dat, zoals je wellicht al kunt raden, eruitziet als twee accent aigu’s naast elkaar. Dit dubbel accent aigu wordt ook wel Hongaarse umlaut genoemd, omdat het natuurlijk ook wat op een umlaut (trema) lijkt. Het dubbel accent aigu kan voorkomen op de letters o en u.

Let dus heel goed op bij het overtypen van een Hongaarse tekst, want zowel het trema als het dubbel accent aigu worden op dezelfde letters gebruikt (o en u), en het verschil is niet altijd goed te zien wanneer de tekst in een kleiner lettertype staat.

Turks

Ook het Turks gebruikt de c-cedille, maar de cedille kan ook onder een s geplaatst worden. Daarmee wordt in het Turks een sj-klank aangegeven (zoals de ‘ch’ van ‘champagne’). Een ander vertrouwd accent is het trema, dat je kunt tegenkomen op een o of een u. Ten slotte komen we in het Turks ook de breve tegen (die we al kennen uit het Roemeens). In het Turks komt de breve uitsluitend voor op een letter g.

Naast deze accenten kent het Turks nog een speciale letter: de puntloze i (ı), die uitgesproken wordt zoals de doffe e in het Nederlands. Omdat het Turks zowel een i met punt als een i zonder punt gebruikt, zijn er ook twee vormen voor de overeenkomstige hoofdletters. Een gewone i (met punt) krijgt in het Turks ook een punt op de hoofdletter (İ). De puntloze hoofdletter I (zoals wij die gebruiken) wordt in het Turks gebruikt wanneer de doffe, puntloze ı naar een hoofdletter wordt omgezet.

Volgende keer sluiten we ons overzicht van accenten en andere speciale tekens af met drie Oost-Europese talen: het Tsjechisch, het Slowaaks en het Kroatisch.

donderdag 14 januari 2021

Accenten en vreemde letters #2

In een eerder artikel gaf ik een overzicht van de accentletters en andere vreemde tekens die je kunt tegenkomen in het Nederlands, het Engels, het Frans en het Duits. In het tweede artikel van deze reeks behandelen we het Spaans, het Italiaans, het Portugees en het Roemeens, vier talen die net als het Frans tot de Romaanse talen behoren.

Spaans

In het Spaans worden drie accenten gebruikt: het accent aigu op de klinkers (a, e, i, o, u en y), het trema op de letter u en de tilde op de letter n. In Spaanse teksten zul je dus geen accent grave of circumflex tegenkomen.

Daarnaast heeft het Spaans twee extra tekens, die je niet tegenkomt in andere talen: het omgekeerde vraagteken (¿) en het omgekeerde uitroepteken (¡). In andere talen plaats je een vraagteken of een uitroepteken aan het einde van een vraag of een uitroep. Ook in het Spaans is dat zo, maar in het Spaans zet men dan ook nog eens een omgekeerd vraagteken of een omgekeerd uitroepteken aan het begin van de zin.

In tegenstelling tot het Nederlands en heel wat andere talen kent het Spaans geen inversie bij een vraag. Omdat je anders pas aan het einde van een (lange) zin zou merken dat het om een vraag gaat, heeft men dat opgelost door al een (omgekeerd) vraagteken aan het begin van de zin te plaatsen. Je kunt deze praktijk een beetje vergelijken met een aanhaling. Zowel aan het begin als aan het einde van een aanhaling gebruiken we aanhalingstekens. Over aanhalingstekens zullen we het in een later artikel hebben, want ze verschillen per taal en ze komen in vele vormen. Vaak is het aanhalingsteken dat je aan het begin gebruikt, een omgedraaide of gespiegelde versie van het teken dat je aan het einde gebruikt. Ook bij de Spaanse vraag- en uitroeptekens is dat dus zo.

Wees hierop voorbereid, want in een Spaanse wedstrijdtekst kun je die tekens in theorie dus tegenkomen. In een later artikel zullen we het hebben over hoe je deze en andere speciale tekens kunt typen.

Italiaans

In het Italiaans kom je normaal gezien enkel het accent aigu en het accent grave tegen op de klinkers. Zeer uitzonderlijk kun je ook wel eens een circumflex tegenkomen.

Portugees

In het Portugees kun je vijf verschillende accenten tegenkomen: het accent aigu (op a, e, i, o en u), het accent grave (idem), de circumflex (op a, e en o), de cedille (onder de c) en de tilde (op a en o). Net als in het Frans geeft de cedille aan dat de c als s in plaats van als k uitgesproken moet worden (vóór a, o en u).

Het accent grave wordt voornamelijk gebruikt bij de letter a en slechts zeer zelden bij de andere klinkers. In tegenstelling tot het Spaans gebruikt het Portugees geen n-tilde; de tilde komt uitsluitend voor op de klinkers a en o.

Roemeens

In het Roemeens worden we voor het eerst geconfronteerd met accenten die we niet gewoon zijn: behalve de vertrouwde circumflex (op de a en de i) gebruikt het Roemeens namelijk ook nog de breve (op de letter a) en de komma (onder de letters s en t).

De breve (van het Latijn: brevis, kort) is een klein boogje met de bolle kant naar beneden (bv. ăĂ).

Het komma-accent ziet eruit als een gewone komma, maar het wordt onder de letter geplaatst (bv. șȘ, țȚ).

Let op: die komma onder de letters s en t lijkt wat op een cedille, maar dat is niet hetzelfde. De komma plakt niet aan de onderkant van de letter, maar staat op een kleine afstand eronder. Een cedille daarentegen maakt wél contact met de letter en lijkt eigenlijk op een cijfer 5 dat ontdaan is van zijn platte streepje.

Oorspronkelijk (vóór 1999) maakten de s-komma en de t-komma merkwaardig genoeg geen deel uit van de Unicode-standaard, hoewel deze letters al sinds 1825 deel uitmaken van het Roemeens alfabet. Op oudere computersystemen zijn deze tekens niet beschikbaar. Dan werden ze gemakshalve maar vervangen door iets wat erop lijkt: de s-cedille en de t-cedille. Die tekens waren wél in de Unicode-standaard opgenomen. De s-cedille kun je ook in andere talen tegenkomen (bijvoorbeeld in het Turks), maar de t-cedille wordt officieel in geen enkele taal gebruikt!

Daardoor kan het gebeuren dat je in Roemeense teksten toch vaak de s-cedille en de t-cedille tegenkomt in plaats van de s-komma en de t-komma. In principe is dat verkeerd, maar het komt wel vaak voor, zeker in getypte teksten en ook bij de wedstrijdteksten van de Intersteno-internetwedstrijd! We kunnen alleen maar hopen dat in de opgaventeksten voor online typewedstrijden altijd dezelfde tekens gebruikt worden, want stel dat in de opgave een t-cedille staat en je typt een t-komma – het verschil is erg moeilijk te zien –, dan is de kans erg reëel dat de software dat als een typefout zal bestempelen. Ik meen me zelfs te herinneren dat dat in een bepaald jaar inderdaad voor problemen heeft gezorgd bij de Intersteno-internetwedstrijd.

Wanneer je in Windows 10 de Roemeense toetsenbordindeling gebruikt, dan krijg je gelukkig wél de correcte tekens, dus de s en t met een komma-accent, niet met een cedille. Maar het blijft natuurlijk opletten bij de wedstrijd: kijk goed welke tekens er in de opgave staan en zorg dat je dezelfde tekens gebruikt!

Volgende keer bespreken we het Fins, het Pools, het Hongaars en het Turks.

maandag 11 januari 2021

Accenten en vreemde letters #1

Als je een tekst in een vreemde taal typt, kun je geconfronteerd worden met allerlei vreemde tekens die je niet gewoon bent en die niet op je toetsenbord staan. In een later artikel zullen we het hebben over hoe je al die vreemde tekens op een efficiënte manier kunt typen, maar eerst zullen we eens kijken om welke tekens het precies gaat. We zullen ze taal per taal overlopen voor alle West-Europese talen.

In het eerste artikel van deze reeks behandelen we de vier talen waar we het meest vertrouwd mee zijn: Nederlands, Engels, Frans en Duits. De overige talen bewaren we voor een volgend artikel.

Nederlands

Bij Nederlandse woorden die in de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal staan (het ‘Groene Boekje’), kunnen zes verschillende accenten voorkomen, ook wel ‘diakritische tekens’ genoemd: het accent aigu (bv. café), het accent grave (bv. carrière), het trema (bv. België), de circumflex (bv. enquête), de cedille (bv. façade) de tilde (bv. piñata).

Het trema wordt ook wel deelteken genoemd; de circumflex wordt ook wel accent circonflexe of kortweg circonflexe genoemd, of ook nog: dakje.

Het accent aigu, het accent grave, de circumflex, de cedille en de tilde komen voornamelijk voor bij woorden van vreemde herkomst, zogenaamde leenwoorden. Het accent aigu wordt daarnaast ook gebruikt om woorden of lettergrepen te beklemtonen (bv. één, vóór, ná). Het trema wordt vaak gebruikt bij klinkerbotsingen (bv. beïnvloeden, tweeënveertig, coördineren, ruïne, vacuüm) en is onmisbaar voor de uitspraak.

Ook woorden die uit het Duits afkomstig zijn, bevatten vaak een trema, maar in dat geval spreken we beter van een umlaut, zoals in het Duits (bv. föhn, glühwein – in het Nederlands schrijven we die woorden overigens zonder hoofdletter).

In Nederlandse woorden kun je het accent aigu, het accent grave, het trema en de circumflex tegenkomen op de klinkers a, e, i, o en u; de cedille enkel onder de letter c, bij leenwoorden uit het Frans of Portugees; de tilde enkel op de letter n, bij leenwoorden uit het Spaans. Bij een accent op de letter i valt het puntje boven de i weg; het accent komt in de plaats. Het puntje zelf is geen accent, maar maakt een integraal deel uit van een (accentloze) i.

Ook de cedille, die je enkel onder een letter c vindt in een aantal leenwoorden die uit het Frans of Portugees afkomstig zijn (bv. façade, reçu, Curaçao), is eigenlijk een accent. We zijn het meest vertrouwd met accenten die bovenop een letter geplaatst worden, maar dat is (vooral in andere talen dan het Nederlands) lang niet altijd het geval. Ook de cedille is strikt genomen een accent, en het wordt niet boven, maar onder de letter geplaatst.

Wanneer je een woord of lettergreep benadrukt, gebruik je altijd een accent aigu, nooit een accent grave. Soms zie je dat ten onrechte een accent grave gebruikt wordt, zo lees je wel eens ‘nà’ i.p.v. ‘ná’. Dat is een onfortuinlijk overblijfsel uit het schrijfmachinetijdperk. Op een azertyklavier heeft de à immers een aparte toets (omdat de a-grave vaak voorkomt in het Frans), de á niet. Daarom gebruikten typisten gemakshalve maar de a-grave. Een andere mogelijkheid was er niet, want een accent aigu kon je met een Belgische schrijfmachine op geen enkele andere letter typen dan op een e.

Een ander fenomeen is dat, eveneens ten onrechte, woorden als ‘de’ en ‘het’ soms benadrukt worden als ‘dè’ of ‘hèt’ i.p.v. ‘dé’ en ‘hét’. Dat heeft dan weer een andere reden. In het Frans wordt de e-aigu immers altijd uitgesproken als een lange ee. Daarom denken veel mensen dat je een woord als ‘dé’ zou moeten uitspreken als ‘dee’. Dat klopt natuurlijk niet. Ook wanneer je het lidwoord ‘de’ beklemtoont door er een accent aigu op te plaatsen, blijf je een doffe e horen, maar dan benadrukt. Bijvoorbeeld: Top-Typers is niet zomaar een blog voor wedstrijdtypisten, het is dé blog voor wedstrijdtypisten!

Belangrijk: in tegenstelling met wat sommigen denken, mag je accenten niet zomaar weglaten op hoofdletters.

Engels

Het Engels is ongetwijfeld de gemakkelijkste vreemde taal om te typen. Het Engels is namelijk de enige West-Europese taal die geen accenten (meer) gebruikt, op een bijzonder klein aantal uitzonderingen na. Die uitzonderingen zijn allemaal leenwoorden die uit andere talen afkomstig zijn (bv. piñata).

Vroeger werd in het Engels gebruikgemaakt van het trema bij klinkerbotsingen (bv. coöperation), maar die schrijfwijze is in onbruik geraakt. Tegenwoordig gebruikt men een koppelteken (co-operation) of laat men het trema gewoon weg (cooperation).

Frans

Het azertyklavier is ontworpen voor de Franse taal, dus Belgische typisten zullen hier geen moeilijkheden ondervinden. In het Frans worden dezelfde accenten gebruikt als in het Nederlands: het accent aigu, het accent grave, het accent circonflexe, het trema, de tilde en de cedille. Het trema komt maar heel zelden voor, en de tilde, net als in het Nederlands en Engels, enkel in Spaanse leenwoorden (bv. piñata).

In het Nederlands schrijven we ‘trema’ en ‘cedille’ (zonder accent aigu); in het Frans schrijven we ‘tréma’ en ‘cédille’ (met accent aigu).

De cedille komt enkel voor onder de letter c, en dient om de uitspraak van de c te veranderen van k naar s. In het Frans is er namelijk een uitspraakregel die zegt dat de c als een s uitgesproken wordt vóór een e of een i, en als een k vóór een a, een o of een u. Met een cedille wordt aangegeven dat de ç vóór een a, een o of een u niet als een k, maar als een s uitgesproken wordt.

Wat het Frans onderscheidt van de meeste andere talen die accentletters gebruiken, is dit: in het Frans mogen (niet moeten!) accenten weggelaten worden bij hoofdletters. Dat is een bijzonder vreemde regel, aangezien het accent in de meeste gevallen onmisbaar is voor de correcte uitspraak van een woord. In getypte teksten (en dus ook in opgaventeksten voor typewedstrijden) worden doorgaans geen accenten op de hoofdletters gezet, omdat een Frans azertyklavier enkel voor de kleine letters aparte accentlettertoetsen heeft. In gedrukte teksten worden meestal wél hoofdletters met accenten gebruikt.

Door deze Franse regel denken veel mensen dat je ook in het Nederlands accenten mag weglaten op hoofdletters, en dat je dus bv. ‘BELGIE’ mag schrijven. Dat is echter niet zo. In het Nederlands, zoals in de meeste andere talen, mag je accenten niet zomaar weglaten, ook niet op hoofdletters! Schrijf dus steeds: ‘BELGIË’.

Behalve accenten heeft het Frans heeft ook nog een extra letter: de œ, een ligatuur samengesteld uit de letters o + e. Je bent die letter vast al tegengekomen in woorden als sœur of œuf. Er is ook een hoofdlettervariant: Œ. Op een schrijfmachineklavier komt deze letter niet voor, en daarom zul je hem ook niet tegenkomen in opgaventeksten voor typewedstrijden. Daar wordt hij vervangen door o + e (of O + E).

Duits

Het Duits kent eigenlijk maar één accent: de umlaut. In het Nederlands schrijven we ‘umlaut’ met een kleine letter, maar in het Duits schrijven we ‘Umlaut’ natuurlijk met een hoofdletter, zoals alle zelfstandige naamwoorden. Je kunt een umlaut tegenkomen op de klinkers a, o en u.

Andere accentletters komen in het Duits niet voor, behalve zeer uitzonderlijk op een beperkt aantal leenwoorden (bv. Café, Piñata).

Soms worden de umlauten weggelaten en vervangen door een e achter de klinker die normaal gezien een umlaut zou krijgen, bv. ÖSTERREICH wordt OESTERREICH, Händel wordt Haendel, Münster wordt Muenster. Dat gaat terug op de oorspronkelijke schrijfwijze van die woorden, vóórdat men de umlaut is gaan gebruiken. In de middeleeuwen werd de umlaut nog niet gebruikt, en toen had men bij dubbele klinkers de gewoonte om de tweede klinker niet naast, maar boven de eerste te schrijven. Men schreef dus bijvoorbeeld niet Muenster, maar Munster met een kleinere letter e boven de u. Uiteindelijk is die kleine e geëvolueerd naar twee puntjes en is op die manier de umlaut ontstaan.

Let op: in eigennamen mag je niet zomaar ae vervangen door ä, oe door ö of ue door ü. Net zoals er in het Nederlands (vooral in Vlaanderen) verschillende schrijfwijzen bestaan voor eigennamen die hetzelfde klinken, is dat ook zo in het Duits. Iemand kan dus bv. Müller heten (met umlaut), terwijl iemand anders Mueller heet (zonder umlaut, maar met ue). De naam van de eerste persoon (Müller) mag je schrijven als Mueller, wanneer je ook alle andere umlauten in de tekst vervangt door een e na de klinker, maar de naam van de tweede persoon (Mueller) mag je nooit schrijven als Müller! Zo wordt de naam van de grote dichter Goethe ook altijd zonder umlaut geschreven.

Maar het Duits heeft ook nog een extra letter: de ß (Eszett of ‘sharfes s’). In het Nederlands spreekt men ook wel van ‘Ringel-s’, maar die term hebben de meeste Duitsers nog nooit gehoord. De ß komt in geen enkele andere taal voor en is eigen aan het Duits. De letter is als ligatuur ontstaan uit de lettercombinatie s + z (Es + Zett), waarbij een archaïsche variant van de letter s werd gebruikt, de zogenaamde ‘lange s’, die eruitziet als een letter f zonder dwarsstreepje. Zo’n lange s (ſ) gevolgd door een z ziet er zo uit: ſz, wat na verloop van tijd geëvolueerd is tot ß.

Vroeger kwam de ß tamelijk vaak voor in het Duits, maar tegenwoordig is dat al heel wat minder. Sinds de Duitse spellinghervorming van 1996 werd de ß immers vervangen door ss wanneer de ß voorafgegaan wordt door een korte klinker. Vroeger schreef men daß en muß; tegenwoordig schrijft men dass en muss.

De ß wordt overigens enkel nog gebruikt in Duitsland en Oostenrijk. In het Duitstalige deel van Zwitserland schrijft men altijd een dubbele s (ss) in plaats van een Eszett (ß). Op straatnaambordjes in Duitsland vind je dus ‘Straße’, op Zwitserse straatnaambordjes lees je ‘Strasse’.

Oorspronkelijk bestond er geen hoofdlettervariant voor de Eszett. Dat komt doordat deze letter nooit aan het begin van een woord kan voorkomen. Dan heb je in principe geen hoofdletter nodig, maar dan heb je natuurlijk wel een probleem wanneer je bijvoorbeeld een titel volledig in hoofdletters wilt plaatsen. Wat doe je dan met de Eszett? Welnu, vroeger werd de Eszett in hoofdlettertekst veelal vervangen door SS, in andere gevallen (meer bepaald in eigennamen) werd gewoon de (kleine letter) Eszett behouden (bv. STRAUß).

Sinds 2017 bestaat er echter een officiële hoofdlettervariant van de Eszett: ẞ. Die letter ziet er bijna hetzelfde uit als een kleine Eszett, maar is wat breder zodat hij beter bij de andere hoofdletters past (bv. STRAUẞ). Let op: verwar de Duitse Eszett niet met de Griekse letter bèta (β)! Om het verschil duidelijk te laten zien, zet ik ze hieronder nog eens alle drie op een rij: links de gewone Eszett, in het midden de hoofdletter Eszett en rechts de Griekse bèta:

ß ẞ β

Bij wijze van experiment kun je eens de regel hierboven kopiëren en plakken in een tekstdocument. Pas vervolgens verschillende lettertypen toe. Je zult merken dat de verschillen in het ene lettertype al wat groter of kleiner zijn dan in het andere.